De nieuwe, uitgebreidere ontslagbescherming die per 1 januari in werking treedt voor payrollmedewerkers zaait verwarring in de uitzendbranche.

Dat zegt brancheorganisatie ABU, in reactie op een besluit dat het ministerie van Sociale Zaken vorige week publiceerde, aldus het Financieele Dagblad.

De verwarring komt doordat ook 10 procent tot 20 procent van alle uitzendkrachten onder het nieuwe regime gaan vallen. 

Vanaf 1 januari wordt het moeilijker voor werkgevers om payrollmedewerkers te ontslaan, doordat de bescherming voor die groep wordt gelijkgetrokken met die voor werknemers in vaste dienst. De opdrachtgever kan niet meer zonder opgaaf van reden een overeenkomst tussen de payrollmedewerker en de opdrachtgever opzeggen. Het ontslag moet dan uitgebreid bij uitkeringsinstantie UWV worden toegelicht.

"Voor de uitzendbureaus kan het betekenen dat zij per overeenkomst moeten bekijken of het specifieke geval valt onder de regels voor uitzendkrachten of dat het de kenmerken heeft van een payrollovereenkomst", legt Maurice Rojer, adjunct-directeur van ABU, uit aan NU.nl. 

Verwarring

Of een uitzendkracht valt onder de regels die gelden voor payrollmedewerkers, hangt af van de wijze waarop deze in dienst is genomen, verduidelijkt Rojer. "Als een uitzendkracht niet door werving en selectie is binnengehaald, voldoet hij aan de definitie die geldt voor een payrollovereenkomst en valt hij ook onder het daarbij behorende ontslagregime."

De ABU verwacht dat 2015 door de verwarring in het teken zal staan van goede voorlichting en ondersteuning van uitzendorganisaties die te maken krijgen met de nieuwe regelgeving.