Nederlanders geven het leven dat ze leiden gemiddeld bijna een acht, maar dat rapportcijfer lijkt niet te handhaven.

We zijn relatief gezond, hebben doorgaans veel vertrouwen in elkaar en zijn tevreden met onze materiële en sociale omstandigheden.

Maar de hoge levensstandaard gaat ten koste van het milieu: ons land stoot relatief veel broeikassen per inwoner uit en gaat onverstandig om met schaarse hulpbronnen.

Dat blijkt uit de derde Monitor Duurzaam Nederland. Die is op verzoek van het kabinet opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en drie planbureaus van de overheid. Het rapport, dat dinsdag is gepresenteerd, laat zien wat de gevolgen zijn van onze levensstijl, ook en vooral voor de generaties na ons.

Beleid

Het beleid van de overheid is nu nog te veel gericht op de voor 2020 gestelde energie- en klimaatdoelen en er is te weinig oog voor de langere termijn. Volgens het rapport wordt onvoldoende gewerkt aan draagvlak in de maatschappij voor andere energiebronnen en -technieken.

''Bij het duurzaam houden van Nederland en het efficiënt om blijven gaan met schaarser wordende hulpbronnen, speelt innovatie een belangrijke rol.''

Wel is het zo dat ''de economische activiteiten steeds minder schade toebrengen aan het milieu in Nederland. Zo zijn sinds begin deze eeuw onder meer de afvalproductie en de uitstoot van broeikasgassen gedaald terwijl de economie groeide.

De opstellers van de duurzaamheidsmonitor zijn, naast het CBS, het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het vorige rapport stamt uit 2011.