De Nederlandse kinderopvang verkeert in bijzonder zwaar weer. Het aantal kinderen op de crèche liep sinds 2011 terug met 100.000 en de financiële positie van de instellingen is beroerd. 

Dat schrijft het Financieele Dagblad op basis van een rapport van Brancheorganisatie Kinderopvang Nederland, dat maandag verschijnt.

De belangenvereniging geeft bij monde van directeur Mariëlle Rompa aan dat het einde nabij is als het zo doorgaat. In de strijd om de teruggang op te vangen is de branche aan ''het einde van haar mogelijkheden'', zo stelt Rompa.

Vorig jaar ging een recordaantal van 98 instellingen failliet, waaronder marktleider Estro Groep.

Subsidie

De positie van individuele kinderopvanginstellingen verslechtert nu er minder kinderen op de crèche komen. Het wegvallen van subsidies is een zware aderlating voor kinderopvanginstellingen, die jarenlang konden groeien door steun van de overheid.

De financiering is het grootste probleem volgens het rapport. Financiering uit eigen vermogen is bijna niet meer mogelijk, terwijl financiering uit vreemd vermogen niet langer toegankelijk is.

Van de 285 ondervraagde instellingen heeft de helft een negatieve rentabiliteit. Haast geen enkele instelling voldoet aan de eisen voor voldoende solvabiliteit en liquiditeit. Het gemiddelde bedrijfsresultaat is bijna 150 duizend euro negatief.

Oproep

In de krant roept directeur Rompa van brancheorganisatie Kinderopvang Nederland de politiek op om te hulp te schieten door de arbeidsparticipatie van vrouwen niet nog verder te remmen met bezuinigingen. "Dat kan nooit de bedoeling zijn".

Daarnaast zou Den Haag volgens Rompa de extra besparingen die de subsidieafname opleveren, weer moeten teruggeven aan de branche. Doordat de ingreep op subsidie ouders afschrikt hun kinderen naar de crèche te brengen, bespaart de overheid meer dan beoogd.