Pluimveehouders houden hun hart vast, nadat vrijdag opnieuw een uitbraak van vogelgriep is geconstateerd. De kippenboeren vrezen een zelfde rampscenario als in 2003.

Toen moest vanwege de vogelgriep ongeveer een derde van de totale pluimveestapel van Nederland worden geruimd. De directe schade bedroeg destijds zeker 300 miljoen euro.

Er is deze week nu al bij drie bedrijven vogelgriep geconstateerd, in de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Overijssel. In twee daarvan gaat het zeker om het type H5N8, die zeer besmettelijk is voor gevogelte en overdraagbaar is op mensen die direct en intensief contact hebben met dieren.

''Als de vogelgriep zich verder verspreidt naar de Veluwe is de schade niet te overzien. Dat is het hart van pluimveehoudend Nederland'', zegt Gert-Jan Oplaat, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP).

''Dan hebben we het minstens over 400 tot 500 miljoen euro aan schade voor de sector'', aldus de branchevoorman. De afgelopen dagen bedroeg de schade volgens hem al zo'n 100 miljoen euro.

Kabinet

Het kabinet vindt het nog te voorbarig om te praten over schadevergoeding voor de getroffen pluimveebedrijven, zei vicepremier Lodewijk Asscher vrijdag na de ministerraad. Eerst moet alle aandacht gericht worden op het voorkomen van verdere verspreiding van de ziekte.

Asscher begrijpt de zorgen van de pluimveesector. Maar "voor ons is het zaak alle maatregelen te nemen die nodig zijn vanuit het belang van de landbouw, maar ook van de volksgezondheid om te voorkomen dat zo'n virus zich verder kan verspreiden."

Video: De reactie van Asscher

Dit moet u weten over de uitbraak van besmettelijke vogelgriep | Dossier vogelgriep