Het zal maar zelden voorkomen dat bijstandsgerechtigden een sanctie krijgen omdat ze weigeren Nederlands te leren. 

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken verwacht dat de meeste mensen zullen meewerken aan de verplichting zich de taal eigen te maken. Klijnsma zei dat donderdag bij de behandeling van het wetsvoorstel waarin dit geregeld wordt.

Volgens dit wetsvoorstel kan een bijstandsgerechtigde die weigert Nederlands te leren een korting van 20 procent krijgen op zijn uitkering. Als iemand na een halfjaar geen vordering heeft gemaakt wordt dat 40 procent. Als iemand na een jaar nog niet meewerkt, kan de gemeente de uitkering helemaal stoppen.

Deze taaleis in de bijstand werd in het regeerakkoord afgesproken op aandrang van de VVD. Het plan werd later wat afgezwakt, tot tevredenheid van de PvdA.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat iemand die geen Nederlands spreekt al meteen niet meer voor bijstand in aanmerking zou komen. Nu gaat het om een inspanningsverplichting, onderstreepte Klijnsma.

Steun

Eerder deze week bleek dat het wetsvoorstel op ruime steun in de Tweede Kamer kan rekenen. Naar verwachting zullen naast de regeringspartijen ook CDA, PVV en SGP het steunen. Dat betekent dat het ook een meerderheid in de Senaat haalt, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

De bevriende oppositiefracties D66 en ChristenUnie, die het kabinet doorgaans steunen, wijzen het voorstel echter af. Volgens deze partijen hebben gemeenten al genoeg mogelijkheden om bijstandsgerechtigden achter de broek te zitten als ze niet genoeg hun best doen werk te vinden. Ook SP en GroenLinks zijn tegen.