Nederland had de kans om vragen te stellen over de berekening die tot de Europese naheffing van 642 miljoen euro heeft geleid, maar heeft die niet benut.

Dat zegt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt woensdag.

Omtzigt komt tot die conclusie nadat hij de stukken heeft bestudeerd die minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Omtzigt concludeert uit de stukken dat de 28 EU-landen op 23 oktober tijdens een vergadering van het Europees statistiekbureau Eurostat de kans hadden om vragen te stellen over de ingeleverde data van de landen.

"Nederland of Groot-Brittannië heeft dus geen vraag gesteld over de data van de andere landen op 22 en 23 oktober toen de gelegenheid er wel was", schrijft Omtzigt.

Bekend

Bovendien bewijst volgens de CDA'er het feit dat de landen akkoord gingen met de geleverde data dat dit al weken bekend moest zijn. Het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) was namelijk voor Nederland bij deze vergadering aanwezig.

"Kennelijk is er, toen de gelegenheid er was, geen vraag gesteld. En de informatie die al weken bekend was wordt nu als nieuw en naar aanleiding van de ophelderingsvraag van Dijsselbloem aan de Kamer gepresenteerd", aldus Omtzigt.

Silke Stapel-Weber van Eurostat zegt dat het tijdens de bewuste vergadering om "formele goedkeuring" gaat. "Op dat moment gaan niet alle 28 verschillende landen elkaar bevragen over details." Stapel-Weber is woensdag op uitnodiging van de Tweede Kamer in Den Haag om uitleg te geven over de berekeningen.

Correct

Dijsselbloem meldde dinsdagavond dat de getallen van Eurostat kloppen, een voorwaarde voor de bewindsman om het bedrag ook daadwerkelijk te betalen. Naast Nederland kreeg ook Groot-Brittannië met ruim 2 miljard euro een forse rekening vanuit Brussel.

Dijsselbloem zegt dat hij zelf op 17 oktober op de hoogte werd gesteld over de naheffing door de Europese Commissie. Omdat het volgens de bewindsman om voorlopige cijfers ging, heeft hij premier Mark Rutte pas op 23 oktober hierover ingelicht.

Het bedrag moest in eerste instantie voor 1 december zijn betaald, maar Nederland krijgt van Europa langer de tijd en mag in termijnen betalen. Donderdag debatteert de Tweede Kamer met het kabinet over de naheffing.

Vijf dingen die u moet weten over de Europese naheffing