Voor het slagen van de verdere economische eenwording van Europa, is een sterkere Frans-Duitse samenwerking nodig. 

Dat zei vertrekkend Europees president Herman Van Rompuy zaterdag in een interview met Het Financieele Dagblad.

Volgens de 67-jarige Belg werden hervormingen van het economische bestuur de laatste jaren moeilijker, toen de crisis binnen Europa weer enigszins achter de rug was.

Met het wegebben van de urgentie speelden weerstanden van landen meer op. ''Als mijn opvolger de Economische en Monetaire Unie wil uitbouwen en er is geen acute crisis, moet aan minstens twee voorwaarden voldaan zijn: de Europese Commissie moet een actieve rol spelen en er moet een sterkere Frans-Duitse samenwerking zijn.''

Van Rompuy zal op 1 december worden opgevolgd door de Poolse oud-premier Donald Tusk.

Het is volgens de man, die afgelopen jaren vele Europese toppen leidde, een gemeenplaats dat Frankrijk en Duitsland een grote rol spelen in Europa.

Eurozone

''Dat betekent heus niet dat alles voetstoots wordt aanvaard, we hebben ook in de periode van Sarkozy en Merkel, die het goed samen konden vinden, nachtenlang moeten vergaderen.'', stelt Van Rompuy.

''Maar het helpt. Samen vertegenwoordigen ze de helft van het bbp van de eurozone, maar ook twee soorten van culturen. Als zij het eens zijn, dan is men goed op weg naar een evenwichtige oplossing.''

Van Rompuy bekent sinds zijn aantreden in 2009 twee maal voor de toekomst van de euro te hebben gevreesd. De eerste keer in november 2011, ten tijde van het Griekse referendum. Vervolgens opnieuw in augustus 2012, toen vertrouwensherstel uitbleef na het aankondigen van de bankenunie.