Thomas Piketty is deze week in Nederland op verzoek van de Tweede Kamer. De Franse econoom is inmiddels niet meer weg te denken uit nationale én internationale media dankzij zijn studie naar ongelijkheid.

Het is lang geleden dat een econoom zoveel belangstelling genoot.

Met zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw, dat deze week in het Nederlands verscheen, mag hij overal aanschuiven om zijn belangrijkste conclusies te bespreken met beleidsmakers, wetenschappers en journalisten.

Wat staat er precies in het vuistdikke boek?

Heel kort gezegd komt het hier op neer: r>g, wat zoveel betekent als: het rendement op vermogen (r) is groter dan de groei (g) van de economie. Dat heeft tot gevolg dat rijken alleen maar rijker worden; de bovenste 1 procent van de maatschappij trekt steeds meer macht naar zich toe.

Daarbij gaat Piketty uit van een gemiddeld rendement op kapitaal van 4 à 5 procent en een lage economische groei van 1 tot 2 procent. Volgens hem is de groeiende ongelijkheid een gevaar voor de democratie.

Het lijkt een eenvoudige conclusie. Volgens de Amerikaanse econoom Dean Baker is de formule zelfs zo eenvoudig dat economen problemen hebben hem te begrijpen.

De Belgische econoom Gert Peersman verwoordt de conclusies van Piketty tegen weekblad Humo als volgt:

"Piketty heeft er geen probleem mee dat er mensen zijn die heel veel verdienen op basis van hun prestaties, of we het nu over voetballers of managers hebben. Maar zodra ze rijk zijn, worden ze alsmaar rijker - ook zonder nog iets te doen - en blijft de ongelijkheid maar toenemen. Dát is wat ons naar de 19de eeuw terugkatapulteert: ook de kinderen van Lionel Messi zullen voor de rest van hun leven niet hoeven werken en alsmaar rijker worden."

De studie van de 43-jarige Piketty over inkomen en vermogen in onder andere Frankrijk en de Verenigde Staten gaat terug tot de 18e eeuw.

Waarom is de ophef romdom Piketty zo groot?

De gedachten die vroeger bestonden over rijkdom worden nu weer actueel, zegt Piketty. Hij citeert om zijn beweringen te ondersteunen veelvuldig het werk van Honoré de Balzac, de Franse schrijver publiceerde in 1835 de roman Le père Goriot.

De Balzac vertelt hierin het verhaal van een jonge arme man, op zoek naar rijkdom. Hij krijgt in zijn zoektocht naar een beter leven advies: trouw met een rijke vrouw. Werken? Dat kan ook, maar verwacht dan niet dat je daarmee op korte termijn een fortuin bij elkaar krijgt.

De keuze wordt als volgt voorgelegd: aan de slag als rechter voor een salaris van 1.200 frank per jaar of huwen met een vrouw die een vermogen van 1 miljoen frank bezit. Op die manier maak je op je twintigste direct aanspraak op 50.000 frank rente per jaar.

Dat klinkt ouderwets en ver weg, maar volgens Piketty keren we vandaag de dag weer terug naar deze vorm van welvaartsverdeling.

Is het boek politiek getint?

Een mogelijkheid om de ongelijkheid te verkleinen, is vermogens zwaarder te belasten. Dat is een politieke keuze. De traditioneel linkse partijen zien dat wel zitten, terwijl rechtse stromingen vermogen juist zoveel mogelijk met rust willen laten.

Piketty zelf kiest geen kant, zegt hij. "Sommigen verwijten me een communist te zijn. Wat een onzin! Ik was achttien in 1989, ik behoor tot de eerste post-Koude Oorlog-generatie. Ik heb niets met het communisme, ik geloof juist in het kapitalisme en de vrije markt", zegt de econoom in een interview met de Vlaamse zakenkrant De Tijd.

Volgens de Fransman overstijgt deze discussie links of rechts. "Het is vooral een kwestie van gezond verstand."

Speelt de ongelijkheidskwestie ook in Nederland?

Piketty heeft de situatie in Nederland niet onderzocht, dus er is minder over bekend dan bijvoorbeeld over Frankrijk of de Verenigde Staten, die wel zijn opgenomen in Kapitaal.

Nederland kent ook een relatief goede verzorgingsstaat, wat een verkleinend effect heeft op ongelijkheid. Oud-staatssecretaris en econoom Willem Vermeend denkt dat de bevindingen van Piketty helemaal niet van toepassing zijn op Nederland.

In zijn boek Arm & Rijk in Nederland, dat Vermeend heeft geschreven als reactie op Piketty's studie, schrijft hij dat de Franse econoom vooral kijkt naar het verleden. "De rentenierssamenleving komt niet meer terug. De echt vermogende mensen worden ondernemers. Dat zijn mensen die met nul euro beginnen en iets opbouwen. Denk aan ondernemers in onroerend goed of internet", aldus Vermeend.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde in een rapport dat Nederland wel moet vrezen voor een groeiende ongelijkheid. Die kan ertoe leiden dat mensen elkaar en de politiek gaan wantrouwen, schreef de organisatie in een deze zomer gepubliceerd rapport.

Volgens Piketty zelf is Nederland representatief voor de rest van Europa. "Dat betekent ook dat het aandeel van de middenklasse langzaam maar zeker inlevert ten opzichte van de top", zegt hij in een gesprek met De Telegraaf.

Volgens de WRR is de inkomensongelijkheid in Nederland gemiddeld relatief laag vergeleken met andere landen. Maar het verschil tussen de onderste en bovenste 10 procent van de inkomensverdeling is de laatste decennia wel gegroeid. Zo zijn de laagstbetaalden er amper op vooruitgegaan, maar zijn directeuren meer gaan verdienen, aldus de raad.

Is iedereen dan te spreken over Piketty's werk?

Nee, er is ook kritiek. De Britse zakenkrant Financial Times opende afgelopen mei de aanval op de rekenmethodes die Piketty gebruikt in zijn boek.

De Franse econoom beweert dat de welvaartsongelijkheid weer groeit naar het niveau van voor de Eerste Wereldoorlog, maar daar is weinig bewijs voor volgens de krant.

Er zouden bronnen verkeerd zijn overgenomen, verkeerde formules gebruikt en in sommige gevallen zijn bewust alleen die data gebruikt die het onderzoek ondersteunen.  

Piketty weerspreekt de kritiek en noemt de beschuldigingen "belachelijk". Ook andere economen steunen hem hierin. Wel liet hij al eerder weten dat de gebruikte gegevens ''in de toekomst ongetwijfeld verbeterd kunnen en zullen worden''.