Het begrotingstekort van de eurolanden is in het tweede kwartaal van dit jaar licht gedaald. 

Dat meldt Europees statistiekbureau Eurostat vrijdag (pdf).

Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten van de eurolanden bedroeg in het tweede kwartaal gemiddeld 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). 

Een jaar eerder bedroeg het tekort nog 3,1 procent, in het eerste kwartaal van dit jaar slonk het gat op de begroting al tot 2,6 procent. Eurostat gaf geen cijfers van afzonderlijke landen.

Volgens de Europese begrotingsregels moeten landen hun tekort beperken tot maximaal 3 procent van het bbp. In het najaar van 2010 stond het tekort in de eurozone nog op 7 procent.

Eerder deze week bracht Eurostat naar buiten dat over heel 2013 het begrotingstekort in de eurozone uit is gekomen op 2,9 procent. Voor de gehele Europese Unie werd door Eurostat voor 2013 een tekort gemeten van 3,2 procent van het bbp, tegen 4,2 procent een jaar eerder.

Staatsschuld

Donderdag werd al de gezamenlijke staatsschuld van de eurolanden in het tweede kwartaal bekendgemaakt. De schuld kwam gemiddeld uit op 92,7 procent van het bbp. Een jaar eerder stond de schuld op 91,7 procent van het bbp.

Italië heeft met 133,8 procent de hoogste schuld van de landen waarvan kwartaalcijfers beschikbaar zijn. De schuld van Griekenland is nog hoger, maar hiervan zijn geen kwartaalgegevens bekend. 

De schuld mag volgens Europese normen niet boven de 60 procent van het bbp uitkomen. De Nederlandse schuld bedroeg in het tweede kwartaal 69,6 procent, tegen 69 procent een jaar eerder.