Het begrotingstekort van het eurogebied is in 2013 uitgekomen op 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone. 

Dat liet het Europese statistiekbureau Eurostat (pdf) dinsdag weten.

Daarmee voldoet de eurozone als geheel aan de Europese begrotingsregels die stellen dat het tekort niet meer dan 3 procent mag zijn. In 2012 kwam het tekort voor de eurozone nog uit op 3,6 procent.

Voor de gehele Europese Unie werd door Eurostat voor 2013 een tekort gemeten van 3,2 procent van het bbp, tegen 4,2 procent een jaar eerder.

Overschot

Binnen de EU hadden Luxemburg en Duitsland vorig jaar een overschot op de begroting van respectievelijk 0,6 en 0,1 procent, aldus Eurostat.

Voor Nederland werd door het statistiekbureau een tekort gerapporteerd van 2,3 procent. Het hoogste tekort in de EU kwam volgens Eurostat voor rekening van Slovenië (14,6 procent), gevolgd door Griekenland (12,2 procent) en Spanje (6,8 procent).

Staatsschuld

Verder liet Eurostat weten dat de staatsschuld van de eurozone eind vorig jaar overeenkwam met 90,9 procent van het bbp, tegen 89 procent een jaar eerder. Voor de EU was dit 85,4 procent, tegen 83,5 procent een jaar daarvoor. De Europese regels schrijven een schuld van maximaal 60 procent van het bbp voor.

De hoogste staatsschuld binnen de EU werd opgetekend in Griekenland (174,9 procent), Portugal (128 procent) en Italië (127,9 procent). De laagste schuld kwam voor rekening van Estland (10,1 procent). De Nederlandse schuld kwam uit op 68,6 procent, aldus Eurostat.

CPB wil overheidstekort anders berekenen