Het structurele overheidstekort zou op een andere manier berekend moeten worden. 

De wijze waarop het nu gebeurt levert een gebrekkige maatstaf op voor het begrotingsbeleid van Europese landen, stelt het Centraal Planbureau dinsdag.

Sommige wijzigingen in het begrotingsbeleid, zoals miljardenbezuinigingen, zijn wel terug te zien in het feitelijk tekort, maar niet altijd in het structureel tekort. Als het structureel tekort anders wordt berekend, moet dat probleem verdwijnen.

Het structureel overheidstekort gaat uit van het feitelijke tekort op de begroting van een land, maar dan gecorrigeerd voor bijzondere, tijdelijke factoren en voor het effect van de conjunctuur.

Daarbij worden schattingen gemaakt van de feitelijke en potentiële omvang van de economie. De onzekerheid daarin maakt het structurele tekort op deze manier eigenlijk geen goede maatstaf.

Kleinere verschillen

Bij een andere methode worden de verschillen die er nu nog zijn tussen de berekeningen van de Europese Commissie en die van internationale instellingen als het IMF en de OESO ook kleiner, verwacht het CPB.

Het structurele overheidstekort is de laatste jaren een steeds grotere rol gaan spelen binnen de Europese begrotingsregels.

Het feitelijk tekort mag niet hoger dan 3 procent van het bbp zijn, maar het structureel tekort moet ook in stapjes dalen. Het CPB raadt aan om aanbevelingen van Brussel aan de EU-landen uit te drukken in miljarden euro's (voor bezuinigingen) in plaats van in een beoogde verbetering van het structureel tekort.