Niet de uitvoer van goederen, maar die van diensten geldt als de drijvende kracht achter de Nederlandse export. Bijna de helft van de exportbijdrage aan het bruto binnenlands product is afkomstig van de dienstensector.

De verwerkende industrie is goed voor een derde van de bijdrage van de export aan het bbp. Dat meldt De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag op basis van cijfers uit 2009.

DNB noemt de dienstensector dan ook "de exportmotor van Nederland". De land- en mijnbouwsector draagt 15 procent bij, de bouwsector en nutsbedrijven samen 2 procent.

Ondanks de hogere toegevoegde waarde van de dienstensector is, puur op uitvoerwaarde gemeten, de verwerkende industrie veel groter als het om aantallen gaat.

63 procent van de uitvoerwaarde is afkomstig uit de verwerkende industrie, tegen 24 procent uit diensten. Die cijfers geven echter een vertekend beeld omdat de verwerkende industrie intensief gebruik maakt van dienstverleners in hun productieproces, aldus DNB.