HEERLEN - Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) zal ook volgend jaar de premie flink moeten verhogen. Het grootste pensioenfonds van Nederland moet dat doen door het slechte beursklimaat in 2001 en door de stijgende lonen bij de overheid en in het onderwijs.

Dat maakte het ABP donderdag bij de publicatie van het jaarverslag bekend. Het fonds kondigde tevens aan dit jaar heldere regels af te spreken over de indexatie van pensioenen.

Het ABP verhoogde dit jaar de premie al met ruim 17 procent tot ,2 procent van het salaris. Omdat het vermogen flink achter blijft bij de verplichtingen, moet ook volgend jaar de premie omhoog. Met 15 procent, stelt het ABP.

Het pensioenfonds voor de zorg PGGM maakte vorige week al bekend de premies in 2003 te verhogen. PGGM wil 20 procent meer premie vragen. Werkgevers en werknemers betalen samen de premies.

"De premiestijging van dit jaar is niet voldoende om de groei van de verplichtingen bij te houden", zo verklaarde ABP-directievoorzitter J. Neervens donderdag. De dekkingsgraad, de verhouding tussen vemogen en verplichtingen, daalde het afgelopen jaar van 124 naar 112 procent. Bij de berekening van deze verhouding nam het ABP dit jaar voor het eerst de indexatie van de pensioenuitkeringen mee. Met deze indexatie, de jaarlijkse verhoging van de uitkering ter compensatie van onder meer inflatie, was in 2001 10 miljard euro gemoeid op een totaal van verplichtingen van ruim 130 miljard.

Het vermogen liep met 12 miljard terug tot ruim 147 miljard. Belangrijkste oorzaak hiervan was het slechte rendement dat het ABP behaalde met zijn beleggingen. Het aandelenbezit van het fonds, goed voor 39 procent van het totaal, nam 11,8 procent af door dalende koersen op de effectenbeurzen. Het totale rendement kwam uit op min 0,7 procent. De lage koersen vormden in maart 2001 nog aanleiding om extra aandelen in te kopen. Door een te lage dekkingsgraad kort na 11 september was dat toen niet mogelijk. Hoe laag de dekkingsgraad toen exact was, kon financieel bestuurslid J. van de Poel donderdag niet zeggen.

Voorzitter Neervens greep de toelichting op de jaarcijfers donderdag aan om de indexatie ter discussie te stellen. Na twee slechte beleggingsjaren kon een op de tien pensioenfondsen in Nederland dit jaar niet indexeren. Dat mag een fonds doen als de financiële situatie van het fonds zo slecht is dat indexatie te duur wordt. "Alleen is nu nog volstrekt onduidelijk bij welke financiële positie dat is", aldus Neervens. Het moet volgens hem mogelijk zijn om in overleg met de sociale partners objectieve grenzen vast te stellen. "Dan is het voor iedereen helder wat er verwacht kan worden op langere termijn". Hij denkt daarbij bijvoorbeeld aan een systeem waarin in magere tijden niet geïndexeerd wordt en in vette jaren de achterstand weer ingelopen kan worden.

Neervens gaf toe dat zijn pleidooi voor deze discussie ook ingegeven is door de situatie waarin het ABP zich bevindt. "We hebben altijd kunnen indexeren en kunnen dat, als de huidige situatie gelijk blijft, de komende twee jaar zeker ook doen. Daarom is het nu de juiste tijd om deze discussie te voeren, voordat het te laat is", aldus Neervens die denkt dat aan het eind van het jaar afspraken hierover gemaakt kunnen worden.