De Raad van State tikt minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën op de vingers om diens plannen om de bankensector te laten betalen voor de kosten van het toezicht op de sector. 

De minister moet een deel van zijn wetsvoorstel heroverwegen en een ander deel schrappen, stelt het belangrijke adviesorgaan van het kabinet.

Volgens het hoogste adviesorgaan van het kabinet ontbreekt in het wetsvoorstel van Dijsselbloem nu een motivering. Nu wordt alleen verwezen naar het regeerakkoord en naar 'groepsprofijt'.

In een toelichting op het voorstel zei Dijsselbloem eind mei dat de financiële instellingen er zelf het meeste baat bij hebben als het toezicht goed wordt uitgevoerd. "Waarom zou de belastingbetaler daaraan mee moeten betalen", zei hij toen

Jaarlijkse bijdrage

Dijsselbloem wil de jaarlijkse bijdrage van 40 miljoen euro van de overheid aan het financieel toezicht op de financiële sector afschaffen.

Daarnaast wil hij dat de banken betalen voor de kosten die De Nederlandsche Bank momenteel maakt bij het doorlichten van de balansen van de banken. De kosten daarvan worden geschat tussen de 42 en 62 miljoen euro.

De Raad van State oordeelt op het eerste punt dat het toezicht niet alleen proftijtelijk is voor de sector zelf, maar dat er ook duidelijk een algemeen belang is. Dat brengt volgens de Raad met zich mee dat in elk geval gedeeltelijk de overheid ook een bijdrage kan leveren.

Balanstesten

Op het tweede punt, dat van de balanstesten, zegt de Raad dat het om kosten gaat die nu al door DNB worden gemaakt. ''Daarmee is sprake van het met terugwerkende kracht invoeren van een belastende maatregel'', aldus het advies van de Raad van State. Omdat er in dit geval geen sprake is van bijzondere omstandigheden, zou Dijsselbloem de doorberekening van deze kosten moeten schrappen.

Boetes boven de 2,5 miljoen euro vloeiden tot nu toe terug naar de sector. Dat wilde de minister veranderen omdat het volgens hem niet strookt met het rechtvaardigheidsgevoel om de opbrengst van een straf terug te geven aan diezelfde sector.

Dijsselbloem heeft het advies van de Raad van State grotendeels naast zich neergelegd, blijkt uit de uiteindelijke tekst van zijn wetsvoorstel en de toelichting daarbij. Hij motiveert zijn besluit weliswaar uitgebreider, maar verandert er niets aan.