De verschillen in salaris tussen topmannen van de grote banken in de Verenigde Staten en Europa zijn vorig jaar toegenomen. 

Gemiddeld kregen de bestuursvoorzitters van vijftien banken in beide gebieden er vorig jaar ruim tien procent loon bij, een verhoging die grotendeels door Amerikaanse banken werd opgehoest. Dat meldt de Financial Times maandag.

De zes bestuursvoorzitters van Amerikaanse banken die in het onderzoek werden meegenomen, zijn allemaal terug te vinden in de top zeven van bestverdienende topmannen.

Lloyd Blankfein van Goldman Sachs boerde met 19,9 miljoen dollar (14,6 miljoen euro) het best. Hij verdiende vijf keer zoveel als de laatste op de lijst, Ross McEwan van Royal Bank of Scotland, die 'slechts' vier miljoen dollar aan salaris voor zijn diensten kreeg uitbetaald.

Gemiddeld kregen de bankiers in 2013 dertien miljoen dollar voor hun werkzaamheden. Daarmee krijgen ze iets meer dan in 2011. In 2012 was het salaris juist wat gedaald.

Boetes

De stijging is frappant omdat de vijftien banken in 2013 in totaal 48 miljard dollar aan boetes van Amerikaanse toezichthouders kregen, blijkt uit de analyse van de zakenkrant. In 2012 was dat nog 30 miljard dollar. Wel waren de winstcijfers, met name bij de Amerikaanse instellingen, een stuk beter dan het jaar ervoor.

Onder druk van nieuwe regels voor banken, die na de crisis financieel gezonder moeten worden, neemt de vergoeding voor de bankbestuurders af in Europa.

De bestverdienende Europeaan was António Horta-Osório van de Britse bank Lloyds. Hij verdiende vorig jaar 12,5 miljoen dollar, goed voor een zesde plek in de ranglijst van de Financial Times.