De Chinese industriesector trekt verder aan. In mei groeide de industriële bedrijvigheid in China harder dan in de afgelopen vijf maanden.

Dat blijkt zondag uit officiële cijfers van het nationale statistiekbureau, zo meldt het Britse persbureau Reuters. De groei zit vooral in de toegenomen fabrieksorders.

Inkoopmanagersindex (PMI) steeg in mei naar 50,8 punten. In april stond de teller nog op 50,4 punten. En dat is een hogere stand dan verwacht. Marktanalisten hadden op een stand van 50,6 punten gerekend. 

Een PMI-score van boven de 50 punten wijst op groei, alles daaronder geeft een daling aan. 

Trend

Volgens het statistiekbureau wordt de "trend van economische stabilisatie" steeds duidelijker. Negen van de dertien graadmeters van de PMI wijzen op een verbetering ten opzichte van de maand daarvoor.

Zo nam de graadmeter voor nieuwe orders toe van 51,2 punten in april naar 52,3 punten in mei. Dat is het hoogste niveau sinds november. Dit getal zegt iets over de binnenlandse en buitenlandse vraag naar fabrieksproducten.

De cijfers lijken erop te wijzen dat de Chinese economie weer op gang komt in het tweede kwartaal. Het herstel volgt op gerichte groeimaatregelen van de Chinese overheid. 

Tegenvaller

De regering reageerde daarmee op de tegenvallende economische groei in het eerste kwartaal. Toen groeide de economie met 7,4 procent in vergelijking met een jaar eerder. De groei was in 1,5 jaar niet zo laag geweest. 

Om het tij te keren, versoepelde het kabinet onlangs de kapitaaleisen voor banken. Ook administratieve kosten voor bedrijven zijn verder verlaagd. Eerder al werden grote bouwprojecten versneld en kwamen er belastingverlagingen voor kleine bedrijven. 

Dat alles heeft de Chinese economie een duwtje in de rug gegeven, maar economen waarschuwen dat er nog steeds negatieve indicatoren zijn.