Het begrotingstekort en de staatsschuld zijn opnieuw gedaald ten opzichte van eerdere ramingen. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota, het tussentijdse overzicht over de uitvoering van de begroting van dit jaar.

Het overheidstekort dit jaar wordt nu geraamd op 2,7 procent. Dat was vorig jaar bij Prinsjesdag nog 3,3 procent en in de jongste raming van het Centraal Planbureau in maart nog 2,9 procent.

De staatsschuld daalt naar 73,9 procent van het bruto binnenlands product. Bij Prinsjesdag was dat nog 76,1 procent en bij het CPB was het in maart nog 74,6 procent.

Meevallers

Op de begroting is sprake van meevallers doordat de medicijnenprijzen omlaag zijn gebracht. De zorgkosten vallen daardoor lager uit. Ook wordt er minder dan geraamd uitgegeven aan sociale zekerheid en leveren de staatsbedrijven een hoger dividend.

Bij de studiefinanciering is ook sprake van een meevaller. Tegenover die meevallers staan ook tegenvallers; zo is het kabinet meer geld kwijt aan de huurtoeslag.

Behalve bij de overheidsfinanciën is volgens Dijsselbloem ook bij de werkloosheid sprake van een kentering. Toch zitten nog altijd 685.000 mensen zonder baan.

Binnen marge

Nederland zit met het begrotingstekort in elk geval weer binnen de marge van de Europese begrotingsregels en minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën verwacht dan ook dat Brussel Nederland begin juni ontslaat van het 'strafbankje' van EU-landen met een te groot begrotingstekort. Voor die landen gelden speciale afspraken, verwerkt in de zogeheten 'buitensporigetekortprocedure'.

Voor Nederland blijft nog wel de verplichting gelden om de staatsschuld in stapjes naar beneden te brengen. De staatsschuld is in de periode van de krediet- en economische crisis explosief gestegen. Voor de crisis, in 2007, bedroeg de staatsschuld omgerekend per Nederlander ongeveer 16.000 euro. Nu ligt dat op 26.000 euro.