De Europese luchthavens hebben in het eerste kwartaal van dit jaar 4,6 procent meer passagiers over de vloer gehad dan een jaar eerder.

Dat meldde de brancheorganisatie ACI donderdag. De stijging weerspiegelt volgens directeur Olivier Jankovec de verbeterende economische omstandigheden.

Op luchthavens binnen de Europese Unie steeg het aantal passagiers in de eerste drie maanden van 2014 met 3,3 procent. Nederland zat met een groei van 3,1 procent iets onder het EU-gemiddelde. Alleen in Kroatië, Letland en Polen was sprake van een daling.

Vliegvelden in Europese landen die niet tot de EU behoren, verwerkten 9,2 procent meer reizigers. Via de Europese luchthavens werd 5,2 procent meer vracht vervoerd dan een jaar eerder. Het aantal vliegbewegingen lag 2,7 procent hoger, aldus de ACI.

Welkome signalen

De cijfers zijn volgens Jankovec ''welkome signalen dat de Europese luchtvaartmarkt eindelijk meer in evenwicht komt.''

In navolging van de internationale luchtvaartorganisatie IATA meldde ook de ACI dat het herstel in maart wat zwakker was dan in januari en februari. Jankovec wijt dat onder meer aan het feit dat de boekingen van vakantiereizen rond Pasen dit jaar grotendeels pas in april vielen.

Maar ook de spanning tussen Oekraïne en Rusland en de economische onrust in opkomende economieën als Turkije speelden een rol.

Nederland

Woensdag maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat de Nederlandse luchthavens meer passagiers hadden in 2013 vergeleken vier jaar eerder. In 2013 reisden 58 miljoen passagiers via de luchthavens, in 2009 lag dit aantal op 46 miljoen.

Door de stijging kenden de Nederlandse luchthavens een hogere omzet, in totaal bedroeg die in 2013 1,6 miljard euro. Bijna de helft daarvan was gerelateerd aan start- en landingsgelden.