De Europese ministers van financiën zijn het dinsdag in Brussel niet eens geworden over maatregelen om het ontduiken van vennootschapsbelasting tussen lidstaten van de Europese Unie te voorkomen. 

EU-voorzitter Griekenland gaat de plannen herzien en hoopt bij de volgende vergadering in juni alsnog op een akkoord.

De discussie draait om een herziening van de zogeheten moeder-dochterrichtlijn. Die moet dubbele heffingen voorkomen over inkomens van gelieerde venootschappen die in verschillende lidstaten zijn gevestigd, zoals moeder- en dochterondernemingen van eenzelfde bedrijf.

Sommige bedrijven gebruiken echter een lacune in de regels om helemaal geen belasting op winsten te betalen. Dat gebeurt via hybride leningen, een mengvorm van schulden en eigen vermogen, die in lidstaten op verschillende manieren worden belast.

Daardoor kan een bedrijf gebruikmaken van uiteenlopende fiscale regimes in elk van de landen waar het bedrijf is gevestigd, en zo alle heffingen ontwijken.

Zweden

De voorstellen om de hybride leningen te beperken die dinsdag werden besproken werden geblokkeerd door Zweden. Het land vreest dat zijn investeringsmaatschappijen en multinationals als Volvo en Ericsson dubbel zouden worden belast.

Nederland steunt de inzet van de EU om belastingfraude aan te pakken, en hoopt dat de onevenwichtigheden die door hybride leningen worden veroorzaakt kunnen worden weggenomen.