De werkloosheid in het eurogebied is in maart onveranderd gebleven op 11,8 procent in vergelijking met een maand eerder. 

Dat maakt het Europese statistiekbureau Eurostat vrijdag bekend.

Eurostat paste de werkloosheid voor de voorgaande 3 maanden neerwaarts bij tot 11,8 procent, van een eerder gemelde 11,9 procent.

Economen voorspelden in doorsnee voor maart een werkloosheid van 11,9 procent. De werkloosheid in de eurozone lag wel lager dan in maart vorig jaar, toen die nog 12 procent van de beroepsbevolking bedroeg.

Volgens Eurostat waren in maart 18,9 miljoen personen in de eurozone werkloos, een daling van 22.000 in vergelijking met februari. Ten opzichte van maart vorig jaar ging het aantal werklozen in de eurozone met 316.000 omlaag.

Voor de gehele Europese Unie kwam de werkloosheid in maart uit op 10,5 procent, ofwel 25,7 miljoen personen.

Oostenrijk

Eurostat meldde dat de laagste werkloosheid werd gemeten in Oostenrijk (4,9 procent), Duitsland (5,1 procent) en Luxemburg (6,1 procent).

De hoogste werkloosheid werd gemeten in Griekenland met 26,7 procent (volgens de jongste cijfers over januari) en Spanje met 25,3 procent. De werkloosheid in Nederland bedroeg volgens Eurostat 7,2 procent.

De jeugdwerkloosheid in het eurogebied kwam in maart uit op 23,7 procent. Dat betekent dat 3,4 miljoen personen jonger dan 25 jaar geen betaalde baan hebben, maar daar wel naar zoeken.