De activiteit in de Nederlandse industrie is in april verder gegroeid, maar in een iets lager tempo dan in de voorgaande maand. 

Daarbij nam de werkgelegenheid licht toe. Dat meldt de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagers (Nevi) donderdag.

De index die de bedrijvigheid in de industrie weerspiegelt zakte deze maand van 53,7 naar 53,4. Een stand van 50 of meer wijst op groei, daaronder op krimp. Het groeitempo van april is het laagste niveau van de afgelopen negen maanden.

De productie van Nederlandse fabrieken groeide in het laagste tempo van het afgelopen halfjaar. Desondanks bleef de toename volgens de organisatie van inkoopmanagers, die bij bedrijven verantwoordelijk zijn voor de inkoop van bijvoorbeeld grondstoffen, aanzienlijk.

Orders

Het aantal nieuwe orders nam in de kleinste mate toe sinds juli vorig jaar, hoewel de bestellingen uit het buitenland wel sterker groeiden dan in maart.

Bedrijven blijven voorlopig wel voorzichtig en produceren vooral als er orders zijn ontvangen. In nieuwe voorraden wordt over het algemeen nog niet geïnvesteerd.

De situatie in de Nederlandse industrie is onverminderd goed, stelde hoogleraar inkoopmanagement Arjan van Weele in een toelichting.

Lichte afname

De lichte afname van de groei is volgens hem logisch na de sterke opmars van de afgelopen tien maanden. Omdat de bedrijvigheid in de buurlanden nog altijd toeneemt verwacht de econoom dat er voorlopig nog geen einde hoeft te komen aan het herstel van de Nederlandse industrie.

Een vergelijkbaar cijfer voor de Britse industrie wees donderdag opnieuw op een stevige groei. Die bereikte in april het hoogste niveau van de afgelopen vijf maanden en evenaarde de hoogste niveaus van de afgelopen drie jaar.

De productie van de Britse industrie nadert het hoogste niveau van de afgelopen twee decennia, dankzij de sterke binnenlandse markt en het economische herstel in andere landen. Dankzij de groeiende productie neemt ook de werkgelegenheid in de Britse industrie toe.