De inflatie in de eurolanden is in april licht opgelopen tot 0,7 procent. 

De geldontwaarding in de eurolanden zakte in maart nog tot 0,5 procent. Economen voorspelden voor deze maand gemiddeld een toename tot 0,8 procent. De inflatie in de eurolanden ligt al geruime tijd ver onder het door de Europese Centrale Bank (ECB) nagestreefde peil van net iets minder dan 2 procent.

De lage inflatie voedt de vrees voor deflatie, een periode van aanhoudende prijsdalingen die slecht kunnen uitpakken voor het herstel van de Europese economie.

De ECB heeft eerder aangegeven maatregelen te zullen nemen als er deflatie dreigt te ontstaan. De centrale bank rekent er voorlopig echter op dat de inflatie op termijn weer oploopt tot een acceptabel niveau.

Speculaties

Econoom Martin van Vliet van ING voorspelde woensdag dat de ECB deze maand waarschijnlijk geen extra maatregelen zal nemen om de inflatie aan te jagen. Doordat de inflatie minder sterk opliep dan verwacht, zullen de speculaties over nieuwe stappen volgens hem wel aanhouden.

Eurostat gaf geen cijfers van afzonderlijke landen. Uit een eerste schatting van het Duitse statistiekbureau van dinsdag bleek dat de inflatie in Duitsland in april is opgelopen van 0,9 naar 1,1 procent. In Spanje werd woensdag een inflatie van 0,4 procent gemeld door de nationale statistici. In maart zakten de prijzen daar nog met gemiddeld 0,1 procent.

De kerninflatie, waarbij de schommelende prijzen van energie en voedingsmiddelen buiten beschouwing worden gelaten, liep deze maand in de eurolanden op tot 1 procent. Volgens deze graadmeter ging het prijspeil in maart met 0,7 procent omhoog.

Het CBS meldt op 8 mei hoe hoog de inflatie in Nederland was in april.