Europese steden doen het in vergelijking met 2012 niet erg goed op de tweejaarlijkse wereldstedenranglijst. Amsterdam blijft echter stabiel op de 26ste plaats.

De lijst, sinds 2008 opgesteld door strategie consultant A.T. Kearney, rangschikt elke twee jaar steden van over de hele wereld op hun prestaties op economisch gebied, cultuur, informatie en onderwijs. ​

Amsterdam scoort met name goed op het gebied van 'bedrijfskapitaal', waarbij wordt onder meer gekeken naar het aantal aanwezige hoofdkwartieren van grote bedrijven, de goederenstroom door havens of vliegvelden, en de waarde van de aanwezige kapitaalmarkt.

Op 'menselijk kapitaal' blijft de hoofdstad juist achter bij andere steden. Bij die score wordt bijvoorbeeld gekeken naar het vermogen van de stad om talent aan te trekken, de kwaliteit van de universiteiten en het opleidingsniveau van de inwoners.

Top drie

New York en Londen staan zoals in alle voorgaande lijsten respectievelijk op plaats een en twee. Parijs staat, net als in 2012, op de derde plaats. Doordat Brussel van de tiende naar de elfde plaats zakt, staan er verder in de top tien geen Europese steden meer. Nieuw in de top tien zijn Beijing (achtste plaats) en Singapore (negende plaats). 

Ook verderop in de lijst zakt Europa weg. Met name Zürich (van 25 naar 30), Rome (28 naar 31) Stockholm (27 naar 33) en München (31 naar 37) zien een lagere score dan twee jaar geleden.

Opkomende steden

Het onderzoeksbureau stelt ook een lijst samen van opkomende markten. Jakarta, Manila en Addis Ababa voeren de lijst aan. São Paulo en New Delhi staan respectievelijk op plaats vier en vijf.

In de lijst van opkomende wereldsteden wordt gekeken naar het tempo waarmee steden in landen met lage en middelhoge inkomens hun positie in de wereldranglijst zullen verbeteren ten opzichte van steden met hogere inkomens.