Een verdere versterking van de euro kan de Europese Centrale Bank (ECB) aanzetten tot nieuwe stimuleringsmaatregelen voor de Europese economie. 

Dat stelde ECB-president Mario Draghi zaterdag rond de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Volgens Draghi is de sterke euro een belangrijke reden voor de zeer lage inflatie in de eurozone. De dure euro maakt importgoederen goedkoper, waardoor de inflatie steeds verder zakt onder het door de ECB nagestreefde peil van bijna 2 procent.

Een verdere stijging van de euro kan ''nieuwe stimulansen'' in de strijd tegen de lage inflatie daardoor noodzakelijk maken, aldus Draghi.

Maatregelen

De ECB heeft de afgelopen weken meerdere keren laten weten maatregelen te zullen nemen als de inflatie te ver weg zakt. Daarbij wordt ook gedacht aan de mogelijkheid om de geldhoeveelheid te verruimen via de opkoop van obligaties. Die zogeheten kwantitatieve verruiming (QE) stuitte voorheen op groot verzet van onder meer Duitsland.

Het IMF waarschuwde zaterdag opnieuw voor de lage inflatie in de eurolanden. De vrees bestaat dat die omslaat in deflatie, een periode van aanhoudende prijsdalingen die schadelijk kunnen zijn voor het herstel van de economie. Het fonds heeft de ECB de afgelopen weken al meerdere keren opgeroepen in actie te komen om een daling van het prijspeil te voorkomen.

Dijsselbloem

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) gaf rond de IMF-vergaderingen aan dat het gevaar van de lage inflatie niet moet worden overdreven.

''Het is een opluchting dat onze grootste zorg nu een periode van lage inflatie is'', zei hij in een verwijzing naar de eurocrisis van de afgelopen jaren. ''Het is zorgelijker dat aanhoudende waarschuwingen voor deflatie ervoor kunnen zorgen dat die voorspelling vanzelf uitkomt.''

Deflatie kan de economie schaden als consumenten bestedingen gaan uitstellen in de verwachting dat prijzen verder dalen. De ECB baseert zijn monetaire beleid daarom vooral op de verwachtingen ten aanzien van inflatie. Volgens de centrale bank wijzen die er nog altijd op dat de geldontwaarding op termijn weer stijgt tot een acceptabel niveau.