Nederlandse werknemers zijn de afgelopen jaren in verhouding aanmerkelijk minder belasting gaan betalen. 

Waar een gemiddelde werknemer in 2000 nog veertig procent van zijn inkomen aan de fiscus moest afdragen, is de belastingdruk vorig jaar gedaald naar 36,9 procent.

Dat maakt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dinsdag bekend.

De belastingdruk - het percentage van het loon dat opgaat aan verschillende vormen van belasting en accijns - lag daarmee bijna 7,8 procent lager dan dertien jaar geleden. Ten opzichte van 2009 - toen van elke euro loon 38 cent belasting werd afgedragen - daalde de belastingdruk met 2,9 procent.

Nederlanders betalen daarmee in verhouding nog iets meer belasting dan gemiddeld in de 34 welvarendste landen van de wereld.

Accijns

De belastingdruk in die OESO-landen kwam uit op 35,9 procent. Hoewel Nederlanders dus meer afdragen aan de fiscus dan gemiddeld, daalt de belastingdruk wel sneller dan in andere OESO-landen. De recente accijnsverhoging is overigens niet in de cijfers verwerkt.

In de 34 meest ontwikkelde economieën bedroeg de belastingdruk in 2000 namelijk 36,7 procent. De druk daalde daar dus met een kleine 2,2 procent in dertien jaar tijd. In de laatste vier jaar is de belastingdruk in de OESO-landen zelfs opgelopen, van 35,1 procent naar 35,9 procent. Dat is een toename van 2,4 procent.

België en Duitsland voeren de lijst aan. Daar betalen werknemers gemiddeld bijna 56 cent en ruim 49 cent belasting over elke verdiende euro. In Chili is de belastingdruk het laagst met slechts zeven procent. Van de Europeanen betalen Zwitsers en Ieren het minste belasting. Van hun loon gaat respectievelijk 22 en 26,6 procent naar de fiscus.