De werknemers van ABN Amro zitten de komende twee jaar vast aan een nullijn. Ook krijgen ze een minder lucratieve pensioenregeling. 

De bank sloot woensdag een akkoord met vakbonden FNV Finance, De Unie en CNV Dienstenbond en het ABN AMRO Pensioenfonds over een nieuwe, 'sobere' cao, meldt de bank woensdag.

De nullijn en nieuwe pensioenaanspraken 'passen bij de huidige tijdsgeest en bij de bank die we nu en straks willen zijn', meldt bestuurslid Caroline Princen in een verklaring. De nieuwe cao geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari en heeft een looptijd van twee jaar.

Het pensioen van de werknemers blijft afhangen van het gemiddelde verdiende loon van de werknemer. Het opbouwpercentage voor 2014 is 2,05 procent en vanaf volgend jaar 1,875 procent. De deelnemersbijdrage daalt van 6,7 naar 5,5 procent. De pensioenleeftijd wordt verhoogd van 65 naar 67 jaar.

Bijstortverplichting

ABN kwam met het eigen pensioenfonds overeen dat het geen bijstortverplichting meer heeft om de dekkingsgraden op peil te houden.

Wel betaalt de bank eenmalig vijfhonderd miljoen euro aan het fonds en vloeien eventuele overschotten niet langer terug naar de bank.

Dijsselbloem

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) had de genationaliseerde banken SNS en ABN AMRO vorige maand opgeroepen een sobere cao af te spreken.

De banken gaven volgens Dijsselbloem te veel uit aan loonkosten. Een soberder cao helpt bij 'het overbruggen van de kloof die is ontstaan tussen de maatschappij en de financiële sector', vindt de minister bovendien.