Griekenland kan voorlopig blijven rekenen op Europese steun.

Maar de geldschieters houden een stok achter de deur om Athene tot hervormingen aan te zetten, door de leningen in meerdere delen op te knippen.

Griekenland kan eind april rekenen op 6,3 miljard euro. Dan volgen in juni en juli elk 1 miljard euro en de rest van het steunprogramma (circa 2 miljard euro) pas daarna. Dat besloten de ministers van Financiën van de 18 eurolanden dinsdag in Athene, maakte eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem na afloop van het overleg bekend.

Het leek erop dat Griekenland al direct kon rekenen op 8,3 miljard euro en dat de rest zou worden opgeknipt in kleinere delen. Griekenland moet in mei leningen terugbetalen en heeft dringend geld nodig.

Gesteggel

De toekenning van nieuwe steun uit het noodpakket komt na maanden gesteggel tussen Athene en de internationale geldschieters. Het Zuid-Europese land hervormde te weinig om tot uitbetaling over te gaan, meenden de geldschieters.

Van het lopende noodpakket lag nog zeker 10 miljard euro op de plank. Na de zomer wordt bekeken of dit voldoende is of dat er aanvullende steun nodig is. Er wordt dan gedacht aan het verlagen van rentes of verlengen van de looptijd van de leningen, vooralsnog niet aan een derde steunronde met flinke bedragen.

Het besluit van de euroministers wordt voorgelegd aan de nationale parlementen, ook het Nederlandse. Als die hebben ingestemd, wordt er uitbetaald.

Lees meer over Griekenland en de schuldencrisis in onze dossiers