Na de NS, Schiphol en het Amsterdamse GVB is de Hogeschool Rotterdam dinsdag het nieuwste slachtoffer van stakende schoonmakers.

Op vier locaties van de onderwijsinstelling worden de prullenbakken niet geleegd en de toiletten niet geschrobd, uit onvrede over de vastgelopen cao-onderhandelingen. Dat meldt vakbond FNV Schoonmaak dinsdag in een verklaring.

De schoonmakers vinden dat zieke collega's worden gestraft, omdat ze niet worden betaald bij de eerste twee dagen ziekte. Daarnaast willen zij een fatsoenlijk loon, 'waarmee ze hun gezin kunnen onderhouden', aldus de vakbond. FNV Schoonmaak wijst erop dat bijna zeventig procent van de schoonmakers in armoede leeft.

Eerder legden de schoonmakers hun werk al neer op Schiphol, waarna eind vorige week ook het schoonmaakpersoneel van de NS en het GVB besloten te stoppen met werken. Onder meer de treinen in Maastricht, Heerlen, Eindhoven, Alkmaar, Den Helder, Hoorn en Enkhuizen werden daardoor niet schoongemaakt.

Staking

Net als bij die stakingen is ook bij de werkonderbreking in Rotterdam sprake van een 'start-stop-staking'. Door het werk meerdere keren per dag stil te leggen, wil de vakbond voorkomen dat stakingbrekers worden ingezet. Als werkgevers besluiten toch extra krachten in te zetten, moeten zij zowel de schoonmakers als de uitzendkrachten uitbetalen, redeneert de bond.

Het schoonmakende personeel van FNV is al meer dan vijf maanden in onderhandeling over een nieuwe cao. Omdat de werkgevers weigerden toe te geven aan de eisen van de bond, besloot FNV begin maart uit de onderhandelingen te stappen.

Teleurgesteld

De Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten laat NU.nl weten teleurgesteld te zijn dat FNV wederom voor een staking kiest. "Acties die ernstig afbreuk zullen doen aan de professionaliseringsslag die werkgevers en vakbonden in de afgelopen jaren hebben gemaakt. Deze acties zijn niet nodig om tot een akkoord te komen."

De werkgevers stellen een groot aantal voorstellen te hebben gedaan en daarin tegemoet te komen aan voor de vakbond belangrijke eisen, zoals verbreding van de werkgelegenheid, professionalisering, toekomstbestendig pensioen en aanpak van verzuim en loon.

Ook zeggen de werkgevers bereid te zijn de wachtdagen bij ziekte af te schaffen.