'Verschil flexwerker en vast personeel onduidelijk'

Vakcentrale CNV vindt dat er meer duidelijkheid moet komen over de "mindere arbeidsvoorwaarden" van werknemers met een flexibel contract. Dat laat CNV-voorzitter Maurice Limmen woensdag weten.

In de Tweede Kamer wordt woensdag gedebatteerd over een onderzoek naar verschillende contractvormen, dat eerder door minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken naar de Kamer is gestuurd. 

Volgens Limmen is er in dat rapport van onderzoeksbureau Ecorys te weinig aandacht voor de arbeidsvoorwaarden van mensen een flexcontract of een payrollcontract. Zo is niet duidelijk in hoeverre die afwijken van de voorwaarden van vast personeel.

De vakbondsvoorzitter noemt de pensioenopbouw als voorbeeld. In het onderzoek staat dat uitzendkrachten en payrollmedewerkers ook pensioen opbouwen. "Dat de kwaliteit van de pensioenregeling in de uitzendbranche vaak minder is dan die van andere pensioenfondsen, wordt in de conclusies echter niet vermeld", meent hij. 

Mislopen

"Dat is een gemiste kans. Zolang de verschillen tussen vast en flex niet duidelijk zijn, weten werknemers niet wat ze mislopen als ze op flexbasis moeten werken. Dat inzicht hebben de Tweede Kamerleden ook nodig", vindt Limmen.

Hij denkt dat Tweede Kamerleden dan beter kunnen inschatten waarom werkgevers voor payroll- en andere soorten flexcontracten kiezen. "En zo kan de Tweede Kamer de minister beter ondersteunen en bijsturen in zijn aanpak van de uitwassen van flexibele arbeid", laat de voorzitter weten.

Noodgedwongen

In het onderzoek staat dat de keuze voor een flexibel contract "voor veel werknemers een noodgedwongen keuze is", omdat ze liever vast werk willen. Dat geldt vooral voor mensen die een tijdelijk contract hebben (61 procent). Maar zeker ook voor uitzendkrachten (49 procent) en payrollmedewerkers (39 procent). 

Die conclusie zou ook naar voren komen in onderzoeken van de vakcentrale. "Dat is ook te begrijpen aangezien een flexibel contract meestal en extra onzekerheid, en mindere arbeidsvoorwaarden dan collega's in vaste dienst met zich meebrengt", zegt Limmen.

Structureel

Uit het rapport blijkt verder dat een op de tien bedrijven uitzendkrachten structureel inzet. Daarmee wordt bedoeld dat deze werkgevers bepaalde arbeidsplaatsen alleen maar met uitzendkrachten vullen. Dan gaat het relatief vaak om eenvoudig werk.

Ook maakt zo’n 10 procent structureel gebruik van zzp'ers. Payrollmedewerkers en gedetacheerde werknemers worden door minder bedrijven structureel ingezet. Dat geldt in beide gevallen voor 3 procent van de ondervraagde werkgevers.

Werkgevers kiezen hier vooral voor als ze specialistisch werk hebben dat ze niet aan het eigen personeel kunnen overlaten.

Tip de redactie