'Minder inkomensverschil door transparantie bedrijven'

De opmars in salaris van - met name jonge - vrouwen is onder meer het gevolg van meer transparantie over lonen binnen bedrijven. Ook speelt het hoge opleidingsniveau van vrouwen een rol. 

Dat stelt hoofdeconomoon van accountants- en advieskantoor  PwC professor Jan Willem Velthuijsen vrijdag in een gesprek met NU.nl.

Uit vrijdag door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde cijfers over beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen blijkt onder meer dat die verschillen teruglopen.

Hoewel mannen in 2013 gemiddeld nog steeds 18 procent meer verdienen, liggen in de leeftijdsgroep van 25 tot 30 jaar juist de vrouwen voor.  Velthuijsen verbaast zich niet over deze opmars in salaris van vooral jonge vrouwen. 

''Ik geef twee dagen per week les aan de Universiteit van Groningen en zie dat de meisjes het gewoon beter doen dan de jongens. Ze halen hogere cijfers, maken betere werkstukken, switchen minder van studie, en vallen minder uit dan jongens. Ik heb me er altijd over verbaasd dat ze zich daarna toch lieten overvleugelen door de jongens. Maar dat is nu kennelijk voorbij."

Het internationale accountantskantoor PwC brengt regelmatig de beloningsverschillen tussen vrouwen en mannen in kaart. In zijn jongste onderzoek stelde het kantoor al vast dat de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen kleiner worden en gedaald zijn van 20 naar 17 procent.

Velthuijsen: ''Dat komt omdat vrouwen steeds beter zijn opgeleid. Kijk maar eens naar de cijfers. In 1950 was 10 procent van de studenten in het hoger onderwijs vrouw. Inmiddels zijn ze met 55 procent in de meerderheid. Bovendien studeren ze lang niet altijd meer de typische vrouwenvakken."

Bedrijven

Volgens Velthuijsen is het gat tussen de lonen van vrouwen en mannen ook kleiner geworden omdat bedrijven er bewuster mee omgaan.

''Ze bieden meer en beter inzicht wat mensen voor bepaalde functies kunnen verdienen. De lonen zijn transparanter geworden. Dat biedt juist vrouwen, die misschien wat minder met hun vuist op de tafel slaan bij salarisgesprekken, de kans een vergelijkbaar salaris te vragen. Bij de overheid was dat meestal al het geval. Daar weet iedereen zo’n beetje in welke schaal hij of zij past.”

''Ook krijgen vrouwen de laatste tijd hulp van nieuwe cao’s, die bedrijven vragen extra te letten op de salariëring van vrouwen in hun beroepsgroep" aldus Velthuijsen. ''Natuurlijk zijn vrouwen anders dan mannen op de werkplek. Daar hoeft niemand omheen te draaien. Maar uit allerlei onderzoek blijkt toch dat linksom of rechtsom, hun arbeidsproductiviteit hetzelfde is."

Middenmoter

Met de beloning van mannen en vrouwen is Nederland internationaal gezien een middenmoter. Koplopers zijn de noordelijke landen Noorwegen, Denemarken en Zweden, waar er bijna geen verschil is in salaris. Ook is het percentage van vrouwen dat werkt er hoog. Dat heeft te maken met het beleid van de overheid, die de kosten van kinderopvang bijna geheel voor haar rekening neemt.

Nederlandse vrouwen zijn wel koploper met in deeltijd werken. Het percentage werkende vrouwen is de afgelopen 40 jaar gestegen van 22 naar 77 procent, maar driekwart werkt in deeltijd. Dat gaat overigens pas beginnen bij vrouwen van 35 jaar, als ze kinderen hebben of krijgen.

Velthuijsen: ''Dat verklaart dat de salarisverschillen tussen mannen en vrouwen in de hogere leeftijdsgroepen groter zijn. Het heeft allerlei achtergronden, ze doen niet mee om promoties, onderhandelen niet fanatiek over opslag, of zoeken niet zo snel een beter betaalde baan bij een ander bedrijf.”

Ook het vragen om ouderschapsverlof, wat veel meer vrouwen doen dan mannen, helpt niet om het salaris omhoog te krijgen.

Lees meer over:
Tip de redactie