De concurrentiepositie van Nederlandse zeehavens staat onder druk doordat de Duitse en Vlaamse zeehavens flink profiteren van overheidssteun. 

Dat concludeert minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) uit een onderzoek dat zij liet doen door de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeksbureau Ecorys.

Daaruit blijkt dat de haven van Rotterdam 7 procent meer containers zou kunnen overslaan als in Europa sprake zou zijn van gelijke omstandigheden voor de havens.

De verschillen tussen buurlanden verstoren de markt, aldus Schultz donderdag. ''Europese zeehavens moeten eerlijk met elkaar kunnen concurreren.

Speelveld

Daarvoor is een gelijk speelveld nodig. De uitkomsten van dit onderzoek maken duidelijk dat er een Europees havenpakket moet komen met richtsnoeren voor staatssteun en transparantie in de boekhouding van havens.''

Om haar pleidooi kracht bij te zetten, stuurt de minister de onderzoeksresultaten naar de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Uit het onderzoek blijkt dat de Duitse en Vlaamse overheden de zeehavens steunen met 1,18 en 1,12 euro per overgeslagen ton goederen per jaar.

In Nederland is dat 6 cent per overgeslagen ton goederen per jaar. Schultz is zich ervan bewust dat vergelijkingen vaak onvolkomenheden vertonen, maar denkt toch ''dat onze zeehavens voelbare nadelen ondervinden.”

Lading verliezen

Het Havenbedrijf Rotterdam onderschrijft dat oneerlijke concurrentie ervoor zorgt dat terminals in Rotterdam lading verliezen aan hun concurrenten in Hamburg en Antwerpen.

Volgens de havenbeheerder laat het onderzoek zien dat de Nederlandse overheid best wat soepeler mag omgaan met een vanuit Brussel opgelegde vennootschapsbelasting voor havenbedrijven per 1 januari 2016.

''Voor het Havenbedrijf Rotterdam zou dit een extra lastenverzwaring van ongeveer 50 miljoen euro per jaar kunnen betekenen'', zegt het bedrijf. ''Andere landen hebben kans gezien hier zo mee om te gaan dat havenbedrijven in de praktijk geen of nauwelijks vennootschapsbelasting betalen.''