Nederland moet ook in de toekomst blijven hervormen om de economie wendbaar en innovatief te maken. Het mag niet blijven bij de ''ambitieuze hervormingsagenda'' die het kabinet momenteel doorvoert.

''We moeten nu al aan de slag met de uitdagingen van morgen.'' Dat staat in een brief die minister Henk Kamp van Economische Zaken donderdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Die bevat een reactie van het kabinet op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van vorig jaar november. Daarin staat dat Nederland de komende decennia onder meer moet inzetten op onderwijs en onderzoek om de economie concurrerend te houden.

Volgens Kamp wil het kabinet ''maximaal inzetten op ambitieus ondernemerschap, onderwijs en innovatie''. ''Handelen we niet voortvarend, dan zal dat onze concurrentiekracht aantasten'', aldus de minister.

Menselijk kapitaal

Het kabinet vindt het cruciaal voor de ontwikkeling van Nederland om te blijven investeren in menselijk kapitaal en in de kennisinfrastructuur.

''Onze economie drijft op kennis, innovatie en creativiteit. Nederland zal het, nog méér dan voorheen, moeten hebben van slimme, pragmatische toepassingen. En juist op dat terrein zijn goede vakmensen onontbeerlijk. Investeren in een sterkere economie begint met investeren in de ontwikkeling van mensen zelf'", zegt minister van Onderwijs Jet Bussemaker.

Bussemaker wijst erop dat leren niet ophoudt als je je diploma ontvangt. ''De wereld verandert continu en om breed inzetbaar te blijven moet je je steeds blijven ontwikkelen.''

Kamp onderstreept dat er een betere wisselwerking nodig is tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Het kabinet wil investeren in ''innovatief en ambitieus ondernemerschap''.

Topsectorenbeleid

In een interview met NRC Handelsblad nemen Kamp en Bussemaker afstand van enkele conclusies van de WRR. Zo onderschrijft Kamp niet al de kritiek op het 'topsectorenbeleid', waarbij de meest innovatieve sectoren zoals chemie en creatieve industrie extra worden gestimuleerd. Kamp wil dat dat beleid een kans krijgt. ''Nu al zeggen dat het niet goed zou zijn, is niet serieus.''

Bussemaker noemt het in het interview niet nodig dat alle leraren een universitair masterdiploma hebben, zoals de WRR suggereert. ''We hebben ook hele goede leraren met een hbo-diploma.''

Teleurstellend

"De reactie van het kabinet is ronduit teleurstellend. De WRR vraagt om ingrijpende maatregelen om het verdienvermogen van Nederland voor de toekomst veilig te stellen. D66 omarmt die adviezen voor een 'lerende economie'", aldus D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold in een reactie.

"Het kabinet komt helaas niet verder dan oude wijn in nieuwe zakken. Ze ontkennen de urgentie en negeren de noodzaak tot structurele versterking van onze economie. Met alleen op de winkel passen komen we er niet."

Gemiste kans

Een gemiste kans. Zo noemt Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP, de reactie van het kabinet op het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Volgens Van Dijk ''grossiert het kabinet in dooddoeners'' en slagen de ministers Henk Kamp (Economische Zaken) en Jet Bussemaker (Onderwijs) er zo in om zinnige aanbevelingen van de WRR te negeren.

''De reactie is ook vooral gericht op de economie en op onderwijs in dienst van het bedrijfsleven. Maar de WRR zegt ook dat er meer moet worden geïnvesteerd in onderwijs en in de kwaliteit van leraren. Dat pakt Bussemaker dus niet op. Jammer, want het niveau van de leraren is de afgelopen jaren gedaald'', stelt Van Dijk.

Het goede van het WRR-rapport is volgens Van Dijk juist dat het de politiek en de regering aan het denken zou moeten zetten. ''Deze reactie is een gemiste kans om het debat aan te gaan over de vraag hoe we onze samenleving willen inrichten op de langere termijn. Dus daar ga ik het volgende week donderdag zeker over hebben als de Kamer met de ministers over het rapport gaat praten.''

Jammer

GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik vindt het jammer dat minister Henk Kamp (Economische Zaken) wil vasthouden aan het topsectorenbeleid. Kamp gaf dat donderdag aan in reactie op het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Van Ojik: ''Het topsectorenbeleid is subsidiebeleid voor de gevestigde belangen. We hebben een strategie nodig voor de economie van de toekomst. Bijvoorbeeld meer fiscale sturing op duurzame productie en werk. Als de werkgeverslasten omlaaggaan en de milieubelasting omhoog, stimuleren we duurzame productie en de werkgelegenheid.''