De drie vakcentrales FNV, CNV en MHP blijven hun zorgen en bezwaren uiten richting de politiek over het pensioenakkoord.

Dat laten de bonden donderdag in een brief aan de Tweede Kamer weten.

Vooral het wetsvoorstel om de jaarlijkse belastingvrije pensioenopbouw te verlagen van 2,25 naar 1,857 procent is onverstandig menen de werknemersorganisaties. Zij streven een percentage van 2 procent na.

"Wij blijven waarschuwen: doe het niet", zegt FNV-bestuurder Gijs van Dijk. "Op korte termijn kan de politiek bezuinigen, maar op de langere termijn is het funest voor de pensioenopbouw van jongeren", aldus Van Dijk.

"Een aantal zaken uit het pensioenakkoord mag best beter worden uitgewerkt. Maar we moeten niet terug onderhandelen", zegt CNV-bestuurder Willem Jelle Berg.

Er moet ook een goede aanvullende pensioenregeling komen voor mensen met een inkomen van boven de 100.000 euro, de zogenoemde aftoppingsgrens. 

"Arbeidsvoorwaardelijke afspraken en collectieve uitvoering van ons aanvullend pensioen moet zowel boven als onder de aftoppingsgrens voor iedereen mogelijk zijn", vindt MHP-bestuurder Nic van Holstein. 

Koopkracht

De gemaakte afspraken in het akkoord moet de schatkist bijna 3 miljard euro opleveren. Donderdag vindt er in de Kamer een hoorzitting plaats over de verlaging van de pensioenopbouw.

De vakbonden vrezen ook dat het geld dat vrijkomt met de verlaging niet in de zakken van de werknemers terecht komt.

Zo komt het oorspronkelijke plan om werknemers meer koopkracht te geven in gevaar. "Werkgevers gaan deze ruimte gebruiken in de cao-onderhandelingen", aldus Van Dijk. 

Achtergrond: Vijf vragen pensioenen Eerste Kamer