Pensioenfonds ABP blijft investeren in drie van de vijf Israëlische banken waar pensioenuitvoerder PGGM beleggingen weghaalde.

Een beslissing over uitsluiting is bij ABP niet aan de orde. Dat heeft een woordvoerder donderdag laten weten. ABP investeert in de banken Hapoalim, Leumi Bank en Mizrahi Tefahot Bank.

ABP is 'bekend met de problemen', maar wil niet zo ver gaan als PGGM. "Met de betreffende banken worden gesprekken gevoerd waarin hun de kans wordt geboden zich te verantwoorden en hun gedrag te verbeteren", meldt de woordvoerder. Dat proces loopt nog en is voorlopig niet afgerond.

PGGM liet woensdag weten al jaren met de banken in gesprek te zijn geweest. Het bedrijf dat de pensioenen verzorgt voor pensioenfonds Zorg en Welzijn, besloot de investeringen in de banken per 1 januari stop te zetten.

PGGM kwam tot dit besluit omdat de banken, ondanks de gesprekken, de bouw van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever blijven financieren.

Gevoeligheid

ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, onderkent de gevoeligheid van de kwestie "Het feit dat het hier over Israël gaat, maakt het allemaal een stuk lastiger", aldus de woordvoerder. "Iedereen heeft er een mening over. Vanwege het subjectieve karakter van de kwestie is het moeilijk om objectieve richtlijnen te hanteren."

Volgens ABP is uitsluiting 'een laatste redmiddel'. Het pensioenfonds greep hier eerder deze week wel naar in de kwestie met het Japanse energiebedrijf Tepco, dat volgens ABP niet goed handelde in de nasleep van de kernramp bij Fukushima. Volgens ABP had praten in het geval van Tepco geen effect.