RIJSWIJK - De Spaanse bank Banco Santander Central Hispano slaat zijn vleugels uit naar Groot-Brittannië. Maandag werd bekend dat het bedrijf de Britse hypotheekbank Abbey National overneemt. Of dit het begin is van een nieuwe overnamegolf in de Europese bankensector valt nog te bezien.

Banco Santander was tot nu toe vooral actief op de Spaanse en de Zuid-Amerikaanse markt. Nu probeert het bedrijf het op Britse bodem. De directie verwacht dat de overname van Abbey over drie jaar kosten- en synergievoordelen zal opleveren van 560 miljoen euro.

De vraag is of dat zal lukken. De Spanjaarden waren tot nu toe nog niet op grote schaal actief in Groot-Brittannië en zullen de markt dus nog moeten leren kennen. Bovendien is het de vraag of ze kosten kunnen besparen in een land waar Santander nog helemaal geen bankkantoren had. Daar komt bij dat in Groot-Brittannië nog altijd met het pond sterling wordt betaald, met alle problemen in het betalings- en handelsverkeer vandien.

"Voor Banco Santander wordt het een lastig verhaal", verwacht Bart Horsten van Van Lanschot Bankiers. Hij wijst erop dat Abbey al jaren vergeefs probeert de kosten te drukken. Waarom zou het Santander dan wel opeens lukken, vraagt Horsten zich af. Volgens hem zal de overname van de Britse bank hooguit geruchten teweegbrengen over een eventuele nieuwe consolidatie in de bankensector. Een overnamegolf bìnnen een aantal Europese landen lijkt Horsten op dit moment het meest waarschijnlijk.

Nederland heeft als het gaat om fusies in de financiële sector vooropgelopen in Europa. Al jaren geleden vond hier een overnamegolf plaats, waarbij vier grote bankverzekeraars (ABN Amro, Rabobank, ING en Fortis) ontstonden die nu een groot deel van de markt in handen hebben. Een belangijk motief voor de fusies waren kostenbesparingen.

Daarnaast gingen banken niet alleen met elkaar in zee, maar ook met verzekeraars, een ontwikkeling die in andere Europese landen nog lang niet vanzelfsprekend is. De Duitse verzekeraar Allianz is nog steeds bezig zijn wonden te likken van de overname van Dresdner Bank.

Grensoverschrijdende overnames zijn in Duitsland minder waarschijnlijker dan in Groot-Brittannië. De markt is in Groot-Brittannië betrekkelijk flexibel, reorganisaties zijn relatief eenvoudig en de overheid houdt zich meestal afzijdig, zolang de marktwerking niet in het geding komt.

In Duitsland, dat veel stugger is en waar de roep om hervormingen bijna dagelijks te horen is, gaat het veel moeilijker. Daar komt bij dat veel door de overheid gesteunde banken er slecht voor staan. In een land als Italië mogen buitenlandse banken niet meer dan 20 procent van een bank bezitten. Daar zal de regelgeving dus eerst op de schop moeten voordat er een fusiegolf op gang kan komen.

Het ligt volgens Horsten op dit moment dan ook meer voor de hand dat binnen die landen zelf de banken eerst met elkaar samengaan, misschien wel meerdere keren achter elkaar voordat buitenlandse gegadigden serieus in beeld komen.