Banken in financiële nood zullen de eerstkomende jaren vooral moeten aankloppen bij collega-banken in hun eigen land. En in een periode van tien jaar zullen andere Europese banken steeds iets meer moeten bijspringen.

Dat is de kern van een Litouws voorstel over het Europese bankenfonds, waar persbureau Reuters inzage in heeft gehad.

Het plan werd in grote lijnen vorige week al uit de doeken gedaan na een vergadering van Europese ministers van financiën.

Litouwen is momenteel voorzitter van de Europese Unie. Maandag zullen Europese ambtenaren het voorstel verder uitwerken. Later deze week zullen de 28 Europese regeringsleiders het plan in Brussel bespreken.

In het voorstel storten Europese banken elk jaar 0,1 procent van hun tegoeden in een nationale stroppenpot en dat tien jaar lang tot een bedrag van 1 procent van de tegoeden. Eerder werd bekend dat dit bedrag uiteindelijk ongeveer 55 miljard euro zou bedragen.

Als een bank op omvallen staat, zal in het eerste jaar van het Europese bankenfonds eerst de volledige inhoud van de nationale stroppenpot moeten worden geleegd, voor andere Europese bankenfondsen zullen bijspringen.

In het tweede jaar hoeft nog maar 90 procent van de nationale stroppenpot aangesproken te worden voor er hulp komt uit de overige Europese fondsen. Na tien jaar is de drempel gezakt tot 10 procent.

Limiet

De verplichting banken uit een ander land te helpen loopt gedurende deze tien jaar ook steeds iets verder op, maar kent wel een limiet. Het is niet zo dat alles voor rekening komt van het Europese bankenfonds.

Als het bedrag te hoog wordt, kan een land een extra heffing aan de eigen banken opleggen. Als er dan nog steeds geld nodig is, kan de overheid geld uitlenen en mocht zelfs dit niet toereikend zijn, dan is geld uit het Europese noodfonds ESM beschikbaar. 

Drie zuilen

De Europese stroppenpot wordt gezien als de tweede zuil van de zogeheten bankenunie, die de Europese bankensector in rustiger vaarwater moet brengen.

De twee andere zuilen zijn de oprichting van een Europese toezichthouder op de banken en een garantieregeling voor spaarders tot 100.000 euro.

In het voorstel van Litouwen hebben leden van de Europese bankenautoriteit geen vetorecht als er besloten moet worden over het inzetten van het bankenfonds. Besluiten zullen worden gemaakt op basis van gekwalificeerde meerderheid.

Het Europese bankenfonds, in het Engels het Single Resolution Fund, wordt ingebed in een intergouvernementeel verdrag voor de eurozone, zo stelt Reuters. Dat zou betekenen dat de invloed van het Europees parlement beperkt blijft.

Het lijkt er op dat het voorstel van Litouwen in grote lijnen overeenkomt met de inzet van Nederland. In een brief aan de Tweede Kamer deed minister Jeroen Dijsselbloem die inzet vorige week uit de doeken.

Vijf vragen over de bankenunie