Europese banken die dreigen om te vallen moeten niet vanaf 2018, maar al in 2016 proberen eerst zichzelf te redden van de ondergang.

Onderhandelaars van het Europees Parlement, de Europese Commissie en de EU-lidstaten hebben woensdagavond een akkoord gesloten over het versneld invoeren van nieuwe regels, die de belastingbetaler moeten ontzien bij een eventuele ontmanteling van een bank.

Mocht een bank vanaf 2016 in grote problemen komen, moeten naast aandeelhouders ook obligatiehouders en grote spaarders (vanaf 100.000 euro) meebetalen aan een reddingsplan of een ontmanteling (een zogeheten bail-in).

Daarna zouden ook andere banken, door middel van een door de sector gefinancierd fonds van naar schatting 50 to 55 miljard euro, moeten bijspringen. Pas als blijkt dat dit onvoldoende is om de bank te redden kan er een beroep gedaan worden op belastinggeld, of te wel staatssteun.

Grote stap

Eurocommissaris Michael Barnier (interne markt) noemt het akkoord over de zogeheten bail-in 'een grote stap'. "Belastingbetalers liggen niet langer in de frontlinie om te betalen voor de fouten van banken", twitterde Barnier na afloop.

"Banken zullen geld opzij moeten leggen voor zwaar weer. We leren de lessen van de crisis. We maken de financiële sector sterker, zodat deze geld gaat uitlenen aan de echte economie."

Toezicht

De nieuwe regels gaan gelden voor alle 28 EU-landen, niet alleen voor de landen met de euro. De afspraken passen in het vormen van een Europese bankenunie.

Zo is al geregeld dat grote banken in de eurozone en financiële instellingen die staatssteun ontvingen onder toezicht komen van de Europese Centrale Bank. Europa moet het nog eens worden over het zogenoemde afwikkelingsfonds voor banken. Daarover buigen de ministers van Financiën zich volgende week.

Formeel moet de EU-lidstaten en het Europees Parlement nog in stemmen met het woensdag bereikte akkoord.

Lees alles over de schuldencrisis