Het economisch herstel in de landen die de euro gebruiken wordt nauwelijks gehinderd door lagere groei in de BRIC-landen, Brazilië, Rusland, India en China.

Dat schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag.

Het belang van deze landen voor de Europese export is tussen 2002 en 2012 zeer sterk gegroeid. De economische groei in de BRICs temperde de gevolgen van de financiële crisis in 2009 voor de wereldhandel.

Maar volgens DNB is vooral in het afgelopen halfjaar de onzekerheid over de groeivooruitzichten van deze opkomende landen toegenomen en zijn de voorspellingen flink naar beneden bijgesteld.

Gevolgen

Desondanks vallen de gevolgen voor de eurozone mee, denkt DNB. Volgens een model waarmee de neerwaartse bijstellingen in de groei van de binnenlandse bestedingen in de BRICs worden gekoppeld aan de economische groei in het eurogebied, komt de groei in de eurozone dit jaar 0,1 procentpunt lager uit.

In 2014 en 2015 gaat het om 0,2 procentpunt die als gevolg van de ontwikkeling in de BRICs van de eurogroei afgaat.

De gevolgen voor de verschillende eurolanden zijn ''grosso modo vergelijkbaar''. Maar DNB merkt wel op dat een land als Nederland, ''een klein land met een open economie", mogelijk een groter effect van de teruggang van de BRICs zou kunnen voelen.