VOORBURG - West-Nederland (Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland) is vorig jaar het minst getroffen door de economische teruggang. Lag de krimp voor heel Nederland op 0,5 procent, in deze provincies bleef hij beperkt tot maximaal 0,2 procent. Dit blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek CBS.

Een echte positieve uitschieter is Flevoland. Deze provincie, en vooral Almere, blijft doorgroeien, vorig jaar met 0,8 procent. Voor het nationale groeicijfer is de invloed van Flevoland echter beperkt. Het aandeel van de toegevoegde waarde van het gebied in de nationale economie is nog geen 2 procent.

Met een groei van 1,5 procent lijkt ook Groningen het op het eerste gezicht goed te doen. Maar de aardgaswinning is hier van grote invloed. Hetzelfde geldt voor Drenthe en Friesland, die een krimp te zien gaven van 2 respectievelijk 1,2 procent. Veranderingen in de gewonnen hoeveelheden aardgas per provincie hadden grote invloed op de toegevoegde waarde. Er is slechts een beperkte relatie met de lokale economie. Wanneer de aardgaswinning buiten beschouwing wordt gelaten, dan toont Groningen een lager groeicijfer en ziet het er voor Friesland en Drenthe minder negatief uit. De ontwikkeling ligt dan in de buurt van het nationale gemiddelde.

De echte verliezers zijn in het zuiden en oosten te vinden. De mindere prestaties van de industrie zorgden voor een bovengemiddelde krimp in Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Gelderland. Limburg spant de kroon met een teruggang van 1,2 procent.