Standard & Poor's (S&P) verwacht dat de grootste Amerikaanse banken nog eens 55 miljard tot 105 miljard dollar opzij moeten zetten voor de afwikkeling van rechtszaken of schikkingen rond de verkoop van hypotheken. 

Dat maakte de kredietbeoordelaar woensdag bekend.

Sinds 2009 hebben Bank of America, Citigroup, Goldman Sachs, JPMorgan Chase, Morgan Stanley en Wells Fargo in totaal meer dan 45 miljard dollar uitbetaald danwel gereserveerd voor deze zaken.

S&P denkt dat de banken de verwachte stijging van de juridische kosten op kunnen vangen, gezien hun grote vermogen om de winst op te voeren, stijgende huizenprijzen en kapitaalverhogingen bij de meeste instituten.

"We hadden een toename van juridische zaken al meegenomen in onze ramingen en verwachten niet dat schikkingen zullen resulteren in lagere ratings voor Amerikaanse banken'', aldus S&P.

De banken hebben meerdere rechtszaken lopen voor hun rol in het veroorzaken van de financiële crisis. De geschillen gaan onder meer over de rommelhypotheken die de banken verkochten.

De afgelopen weken komt vooral JPMorgan in het nieuws. De bank trof een aantal schikkingen, waarvan eentje van 13 miljard dollar eerder deze maand.

Het is de hoogste boete die justitie in de VS ooit heeft opgelegd. Van het schikkingsbedrag wordt 4 miljard dollar gebruikt om onder meer huizenbezitters die benadeeld zijn door de verkooppraktijken van de bank te compenseren.

Wat zijn rommelhypotheken?