AMSTERDAM - Alle veiligheidsproblemen rond lpg-tankstations in woonwijken zijn in één klap verholpen als de verkoop van lpg als autobrandstof wordt verboden. Bovendien levert zo'n verbod tussen de 600 en 852 miljoen euro op. Dat blijkt volgens de Volkskrant uit een onderzoek van Ecorys in opdracht van vier ministeries, waaronder die van VROM en Verkeer en Waterstaat.

Een lpg-verbod is volgens de onderzoekers effectiever dan het slopen van huizen rond lpg-stations of het aanpassen van bouwplannen. Ook strengere veiligheidsmaatregelen bij het transport en opslag van de brandstof halen minder uit.

Nederland kent ruim tweeduizend lpg-stations, waarvan er bij honderden het risico op een ramp te hoog is. Ook levert het transport vaak onveilige situaties op. Door een verbod op lpg wordt het transportgevaar met 60 procent teruggedrongen. Het risico verdwijnt niet geheel omdat het vervoer van gasflessen blijft bestaan.

Het meeste voordeel is voor de rijksoverheid bij een lpg-verbod, doordat de meeste lpg-rijders op diesel zullen overstappen. Dat zal de Belastingdienst naar schatting 288 miljoen euro per jaar extra aan accijns opleveren. Ook de grond waarop de lpg-stations leveren geld op, en bouwen in de omgeving van de stations is niet langer verboden.