Het aandeel thuiswerkers is de afgelopen jaren toegenomen. In 2005 werkte nog een kwart van de werknemers minimaal een uur per week thuis, in 2012 was dit een op de drie. 

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag. Gemiddeld wordt er bijna zes uur per week thuisgewerkt.

Ook kon in 2012 de helft van de werknemers regelmatig verlof opnemen wanneer zij dat wilden. Bij bijna een derde was dat soms mogelijk. 

Ruim een op de vijf kon regelmatig zijn eigen werktijden bepalen en 23 procent mocht dat soms.

Beweeg de cursor over het diagram om de percentages zien. De gegevens zijn afkomstig van het CBS. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Yarno Ritzen

Onderwijs

Het hoogste aandeel thuiswerkers is te vinden in het onderwijs. In die sector werkt ruim twee derde van de werknemers minstens een uur per week thuis. Daar staat tegenover dat onderwijspersoneel de minste invloed heeft op verlof en werktijden.

In de sectoren horeca, vervoer en opslag wordt het minst vaak thuisgewerkt. Ook zijn werknemers in die branches het minst vaak in de gelegenheid om zelf de verlof- en werktijden te bepalen.

Belangrijk

De mogelijkheid om thuis te werken wordt door 39 procent van de werknemers genoemd als 'belangrijk'. Hoe hoger de werknemer is opgeleid, hoe belangrijker deze het vindt om te kunnen thuiswerken. Er is wat dit betreft geen verschil tussen mannen en vrouwen. 

Vrijwel alle werknemers vinden een prettige sfeer op het werk belangrijk. Daarnaast worden goede leidinggevenden, werkzekerheid, interessant werk en een goed salaris belangrijk gevonden.