Verscheidene grote Amerikaanse en Europese winkelketens hebben afspraken gemaakt over minimale veiligheidsnormen die zouden moeten gelden voor fabrieken en productiehallen in Bangladesh.

Het akkoord tussen de detailhandelaren, de Internationale Arbeidsorganisatie ILO en een Bengaalse technische universiteit volgt op de ramp in een fabrieksgebouw in de hoofdstad Dhaka, afgelopen april, waarbij meer dan 1000 doden vielen.

Bij de afspraken zijn onder meer winkels als het Amerikaanse Wal-Mart, J.C.Penney, Gap en Macy's betrokken. Van Europese zijde gaat het om onder meer Carrefour, Marks & Spencer en Hennes & Mauritz.

De details van de overeenkomst zijn tot nu toe niet bekendgemaakt. Zeer veel westerse kledingfabrikanten laten een deel van hun collectie in Bangladesh produceren, waar de lonen tot de laagste in Azië horen.

Ramp

De ramp in het voorjaar in de Rana Plaza-fabriek leidde tot veel onrust en protesten onder werknemers van de kledingindustrie in Bangladesh.

Ook de afgelopen weken was het bijzonder onrustig door stakingen en demonstraties. Arbeiders willen forse loonsverhoging, een eis die door de werknemers slechts voor een klein deel wordt ingewilligd. Circa 30 mensen kwamen om het leven bij opstootjes.

Minimumloon

Om een eind te maken aan de reeks stakingen is de lokale overheid nu ook akkoord gegaan met een loonsverhoging van 77 procent. Met ingang van december gaat het maandelijks minimumloon voor starters in de kledingindustrie omhoog van 3000 taka naar 5300 taka (ongeveer 50 euro), met een jaarlijkse salarisverhoging van 5 procent.

De medewerkers hadden aanvankelijk een veel hoger loon (8000 taka per maand) geëist, maar daar ging de overheid niet mee akkoord.

Fabrieksongelukken

De salarisverhoging volgde nadat Bangladesh onder druk kwam te staan en steeds vaker in de internationale media verscheen door een reeks fatale fabrieksongelukken veroorzaakt door slechte arbeidsomstandigheden.

Bangladesh is, na China, de grootste kledingexporteur ter wereld dankzij de extreem lage minimumlonen en de handelsovereenkomsten met westerse landen. De Bengaalse kledingsector, goed voor vier vijfde van de totale export, heeft een waarde van circa 22 miljard dollar.