Op 1 november maakten ING en het ministerie van Financiën bekend dat zij overeenstemming hebben bereikt over de verkoop van de zogenoemde rommelhypotheken van de bank.

De overheid staat voor 80 procent garant voor deze slechte leningen van de bank, die in de Verenigde Staten de oorzaak vormden voor de wereldwijde kredietcrisis.

Wat zijn deze leningen precies? NU.nl legt het u in vier vragen uit.

Wat is een rommelhypotheek?

Een rommelhypotheek is een verhandelbaar financieel product, vaak aangeduid als subprimehypotheken. Vooral Amerikaanse banken wilden in aanloop naar het barsten van de huizenbubbel in 2007 geld verdienen aan particuliere schulden, hypotheken zijn daar het duidelijkste voorbeeld van.

Met een enkele hypotheek is het lastig winst maken, daarom werden veel verschillende hypotheken samengebundeld tot een subprimehypotheekobligatie. Veel van deze obligaties bestonden uit hypotheken van consumenten die met gemak hun hypotheek konden betalen, maar al snel droogde deze bron op.

Daarom gingen banken op zoek naar meer hypotheken, en kwamen uit bij een groep huishoudens die een veel te dure hypotheek hadden afgesloten voor het salaris dat zij verdienden ('prime' staat voor een voldoende kredietwaardigheid, 'subprime' betekent een waardering daaronder).

 Hoe werden deze rommelhypotheken verhandeld?

Het bundelen van al die hypotheken ging in verschillende lagen, 'tranches' genaamd. De bovenste laag bestaat uit hypotheken van huiseigenaren die zonder problemen hun vaste lasten kunnen betalen. Deze veilige leningen leveren het minste rendement op.

De onderste laag bestaat uit leningen van consumenten die het eerst in betalingsproblemen komen en daardoor hun hypotheeklasten niet meer kunnen opbrengen. Hierop wordt ook het hoogste rendement uitgekeerd aan investeerders.

Om deze slechte leningen, de rommelhypotheken, toch aan investeerders te kunnen verkopen, werden deze herverpakt samen met andere laagste tranches uit subprimehypotheekobligaties. Deze nieuwe bundeling hypotheken werd een Collateralized debt obligation genoemd. Kortweg CDO.

Waar ging het fout?

Kredietbeoordelaars, de instanties die een waardering aan financiële producten geven, beoordeelden deze CDO's voor het uitbreken van de kredietcrisis in 2007 vaak als een veilige investering.

Investeerders dachten zo dat zij belegden in veilige producten, terwijl de onderliggende waarde van slechte hypotheekleningen een hoog financieel risico met zich meedroeg. In 2007 werden de eerste verliezen in CDO's bij banken en hypotheekverstrekkers zichtbaar. In september 2008 stortte de markt voor CDO’s volledig in en banken leden enorme verliezen.

Waren er ook Nederlandse banken betrokken?

Ook Nederlandse banken werden meegetrokken in de financiële malaise die vanuit de Verenigde Staten kwam overwaaien, al zaten die niet zo diep in de rommelhypotheken als hun Amerikaanse collega's.

ING heeft voor 24 miljard euro aan Amerikaanse slechte hypotheken op de balans staan, waarvoor de Nederlandse overheid 80 procent garant staat.

Het gaat hier om de zogenoemde Alt-A hypotheken. Dit zijn niet de allerslechtste hypotheekobligaties zoals de CDO's dat zijn, maar deze producten zijn wel risicovoller dan gezonde hypotheken.