'Aanpak jeugdwerkloosheid verschilt te veel per regio'

De regionale actieplannen tegen jeugdwerkloosheid verschillen onderling te veel, vindt FNV-Jong. Grote regio's komen met uitgebreide plannen, terwijl kleinere regio's niet meer doen dan het vereiste formulier indienen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Journalistieke OnderzoeksBureau (JOB) voor NU.nl naar de ingediende plannen bij het UWV.

Het Rijk heeft 25 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het actieplan Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid. Dit bedrag is over 35 arbeidsmarktregio’s verdeeld, die daarvoor ieder een eigen plan hebben ingediend. 

Daarnaast heeft het kabinet afgelopen vrijdag bekendgemaakt nog 200 miljoen euro extra in jeugdwerkloosheid te investeren. Hoeveel daarvan naar de regionale aanpak gaat, is nog niet bekend.

Beperkte plannen

FNV-Jong voorzitter Robbert Coenmans vindt het grote verschil tussen regio's zorgwekkend: "Het betekent dat je als jongere maar net geluk moet hebben om in een goede regio te wonen. Groningen heeft bijvoorbeeld een brede aanpak, onderbouwd met uitgebreide analyses."

"De regio biedt jongeren financiële hulp op maat: met speciale vouchers kunnen ze geld krijgen voor een stage maar ook voor bijvoorbeeld een laptop. Midden-Limburg heeft een heel beperkt plan ingediend, niet meer dan het vereiste formulier. Dat had veel ambitieuzer moeten zijn."

Arbeidsmarktregio's

Volgens Ton Wilthagen, arbeidseconoom aan de Universiteit van Tilburg, is een belangrijke oorzaak voor de grote regionale verschillen de indeling in arbeidsmarktregio’s. Sommige regio’s hebben een grote gemeente in hun midden, terwijl andere alleen uit kleine gemeenten bestaan."

"De regio’s zonder grote gemeente zijn hier de dupe van, omdat zij minder middelen en minder ervaring met jeugdwerkloosheid hebben. Dit resulteert in minder uitgebreide plannen", aldus Wilthagen.

De grote gemeenten kunnen hun eigen ervaring met jeugdwerkloosheid gebruiken bij het actieplan voor hun regio. Wilthagen: "Rotterdam en Tilburg lopen voor, daar zijn al allerlei acties gaande. Door deze voorsprong zie je dat regio’s met grote gemeenten meer ervaring en dus meer succes hebben."

"Ze handelen heel snel en dat is bij deze urgente problematiek belangrijk. Nu is de jeugdwerkloosheid in Rotterdam ook het hoogst, waardoor een structurele aanpak vanzelfsprekender is dan in kleinere gemeenten die meer overvallen zijn door de crisis."

Grote verschillen

Eén op de acht werkloze jongeren woont in de regio Rijnmond, met centrumgemeente: Rotterdam. Omdat hier de jeugdwerkloosheid het hoogst is, ontvangt Rijnmond het meeste geld van het Rijk: 2,79 miljoen euro, ruim elf procent van het totaalbedrag.

De regio Gorinchem ontvangt de laagste bijdrage: 153 duizend euro, 0,6 procent van het totaalbedrag. Rijnmond ontvangt dus ruim achttien keer zoveel.

Wilthagen stelt dat het grote verschil tussen regio’s voorkomen had kunnen worden door gemeenten te betrekken bij het maken van de regio-indeling. Wilthagen: "Dan hadden de kleine gemeenten zich bij de grote kunnen aansluiten. Je hebt een bepaalde schaal nodig om de plannen van de grond te krijgen."

"Nu wordt er vanuit Den Haag een hek gezet tussen kleine en grote gemeenten die juist zouden moeten samenwerken. Het gevolg is dat het in de kleine regio’s veel te lang duurt voordat de plannen uit de startblokken komen."

Klik op de arbeidsmarktregio voor meer informatie. De gegevens zijn afkomstig van het UWV. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Belangen

Jordan den Boef, coördinator Jeugdwerkloosheid in de kleinste regio Gorinchem, is het hier niet mee eens: "Met meer mensen, meer ervaring en meer budget zou je denken dat een regio betere plannen maakt. Maar het risico van aansluiten bij een grote regio is dat de belangen van onze regio dan ondersneeuwen."

"Het heeft ook voordelen om klein te zijn: wij kunnen gerichter te werk gaan. Bij ons zijn jongeren geen nummertje."

Naast de indeling in arbeidsmarktregio’s is ook het ontbreken van een goede monitoring van het actieplan een belangrijke oorzaak voor de grote regionale verschillen, aldus Wilthagen. Omdat de verantwoordelijkheid bij de individuele regio’s ligt, is de uitwisseling van expertise en ervaring tussen regio’s beperkt.

Database

Wilthagen: "Ik mis een database met alle projecten waar alle regio’s bij kunnen. Zo’n database maakt inzichtelijk welke maatregelen er zijn en wat ze opleveren. Zo kunnen regio’s van elkaars aanpak leren. Nu zijn er weer allerlei maatregelen opgezet die eerder of ergens anders niet bleken te werken."

In 2010 is eenzelfde actieplan voor de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid uitgevoerd. De problematiek van grote regionale verschillen kwam toen ook al aan het licht, zo blijkt uit het evaluatierapport.

De kleine regio’s scoorden over het algemeen slechter omdat de samenwerkingsstructuur in deze regio’s onvoldoende bleek om de actieplannen snel te starten en succesvol te doorlopen.

Ook toen werden de resultaten van de 35 regio’s onvoldoende gemonitord. "Men leert te weinig van het verleden en van elkaar", vindt Wilthagen.

Lees meer over:

Regeerakkoord

Regeerakkoord
Wat betekent het regeerakkoord voor jouw portemonnee? 

Koophuis

Koophuis
Hoe ziet de woningmarkt er in de nabije toekomst uit?

IEX.nl (mediapartner)

IEX.nl (mediapartner)
IEX.nl is hét beleggersplatform van Nederland. Volg alles van deze mediapartner. 

NUwerk

Tip de redactie