Staatsgaranties sinds 2008 vertienvoudigd

De garanties die Nederland heeft verstrekt aan internationale instellingen als het IMF, de ECB en Europese noodfondsen zijn opgelopen tot 201 miljard euro.

Aan het begin van de kredietcrisis eind 2008 lag dit geheel aan buitenlandse garanties nog op 18 miljard. 

Dat blijkt uit een rapport van de Algemene Rekenkamer dat maandag wordt gepresenteerd.

Het gaat behalve om garanties aan het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank ook om garanties aan Europese noodfondsen als het tijdelijke noodfonds EFSF en het permanente noodfonds ESM.

Dat heeft allemaal te maken met leningen aan landen als Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje, die tijdens de schuldencrisis in de problemen zijn gekomen. De grootste garantie staat uit bij het IMF, dat ook betrokken is bij Europese reddingsoperaties.

Overzicht

De Rekenkamer constateert dat er tot nog toe niet één duidelijk overzicht is van wat er allemaal uit staat aan garanties in het buitenland. Vorig jaar had de Rekenkamer zelf al uitgerekend dat de Nederlandse overheid voor allerlei andere partijen (burgers, bedrijven, banken, Nationale Hypotheekgarantie, gegarandeerde leningen aan andere eurolanden) voor 465 miljard euro garant staat.

De Algemene Rekenkamer pleit ervoor de Tweede Kamer beter te informeren over de risico's van de garanties. Uit het rapport blijkt onder meer dat vijf van de acht onderzochte instellingen, zoals de Europese Investeringsbank en de European Financial Stability Facility, de risico’s voor Nederland niet hebben vermeld in hun jaarverslag.

Lees meer over de schuldencrisis in ons dossier

Tip de redactie