Het inkomen en vermogen van ouderen is de afgelopen 20 jaar flink gestegen. Ouderen hebben van alle leeftijdsgroepen de minste kans op armoede, blijkt uit onderzoek dat minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Waar jongere huishoudens (met een kostwinner tot 45 jaar) hun vermogen ten opzichte van 1993 zagen afnemen, groeide dat van ouderen.

40 procent van de ouderen beschikt over een vermogen van meer dan 200.000 euro. De onderzoekers verklaren dat door de stijgende huizenprijzen tussen 1984 en 2008, waarvan vooral veel ouderen profiteerden.

Was de kans voor ouderen om onder de armoedegrens te geraken in 2000 nog bijna 12 procent, anno 2011 was dat afgenomen tot 3 procent tegen gemiddeld 9 procent voor de hele Nederlandse bevolking.

Nieuwe ouderen

In 2010 waren de inkomsten van ouderen gemiddeld bijna 30 procent hoger dan in 1990, terwijl mensen jonger dan 65 jaar hun inkomen diezelfde periode gemiddeld met 18 procent zagen toenemen.

Het inkomen van de groep ouderen steeg volgens de cijferaars vooral omdat de ''nieuwe ouderen'' die nu met pensioen gaan gemiddeld een hoger inkomen hebben dan de senioren die hen voorgingen. Ook belastingkortingen en de hogere AOW dragen bij aan de inkomensverbetering.