Twintig kledingbedrijven hebben geen gehoor gegeven aan de oproep om te praten over langdurige compensatie voor de slachtoffers van de twee rampen met kledingfabrieken in Bangladesh. 

Dat maakte de Clean Clothes Campaign bekend. Twaalf bedrijven doen woensdag en donderdag wel mee aan besprekingen in Genève.

De gesprekken gaan over de rampen in Tazreen, waarbij 112 mensen omkwamen, en Rana Plaza, waar 1133 doden zijn gevallen.

De Clean Clothes Campaign hekelt de houding van de twintig bedrijven die wel kleding lieten maken in de twee fabrieken en niet willen praten over compensatie. Daarbij worden Walmart, Benetton en Mango met naam genoemd.

Compensatie

Onder meer C&A zit woensdag wel aan tafel om te praten over de compensatie rond Tazreen, net als El Corte Ingles en Karl Rieker. Zara-eigenaar Inditex en Primark komen samen met acht andere bedrijven donderdag bijeen voor de compensatie voor de Rana Plaza-ramp.

Verschillende kledingmerken, waaronder C&A, zegden afgelopen voorjaar al een compensatiebedrag toe. Tijdens de gesprekken nu wordt gekeken of die bedragen voldoende zijn voor de geleden schade, de medische kosten en de misgelopen inkomsten.

Volgens een internationale compensatieformule is voor de slachtoffers van Rana Plaza 54 miljoen euro nodig en voor Tazreen 4,3 miljoen euro.