Het aantal Poolse arbeidsmigranten dat via uitzendbureaus in Nederland werkt, neemt af. Het aantal flexkrachten uit Duitsland, Spanje en Portugal neemt daarentegen juist toe.

Dat blijkt zondag uit onderzoek van de brancheorganisatie van uitzendondernemingen ABU.

Het overgrote deel van de arbeidsmigranten in Nederland heeft de Poolse nationaliteit. In het afgelopen drie jaar liep het aandeel wel met een kwart terug tot 65 procent. De uitzendkoepel zag verder een relatieve toename van werkers uit West- en Zuid-Europa.

Ten opzichte van eerdere metingen is het aandeel van arbeidsmigranten uit onder meer Duitsland en Spanje meer dan verdubbeld tot achttien procent.

Verblijfsduur

Naar schatting werken jaarlijks zo'n zeventigduizend arbeidsmigranten in Nederland. Hun verblijfsduur steeg in de laatste jaren fors. Zo verbleven buitenlandse werkers in 2010 nog gemiddeld negen maanden in ons land, dit jaar is dat opgelopen tot negentien maanden.

Uit het onderzoek blijkt verder dat er onder uitzendorganisaties weinig belangstelling is voor Roemeense en Bulgaarse arbeidskrachten.

Geen zorgen

Vanaf januari is de arbeidsmarkt vrij toegankelijk voor werknemers uit Roemenië en Bulgarije, maar weinig uitzendbureaus gaan ook daadwerkelijk op zoek naar mensen uit die landen. Bijna negentig procent reageerde negatief.

Ondanks de geringe belangstelling maakt directeur van ABU Jurriën Koops zich zorgen. "Ik zie gebeuren dat veel gelukzoekers uit die landen op de bonnefooi hier naar toe komen. Dat maakt de stroom ongecontroleerd en onbeheersbaar", stelt hij in een verklaring.

Volgens hem vallen zij gemakkelijker in handen van malafide arbeidsbemiddelaars.