Nederland zakt met drie plaatsen naar plaats 8 van de meest concurrerende economieën ter wereld.

Dat blijkt uit de jaarlijkse concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). (pdf)

Redenen voor de daling zijn volgens professor Henk Volberda van de Erasmus Universiteit Rotterdam het financieringstekort, de slecht functionerende financiële markten en de oplopende zorgen over stabiliteit van Nederlandse banken. Volberda analyseerde de data voor het WEF.

In combinatie met een slecht functionerende arbeidsmarkt en het uitstellen van investeringen in innovatie is Nederland nu zijn top 5-positie kwijt.

Daarnaast is de daling te wijten aan afnemende bedrijfsuitgaven aan onderzoek, het nijpende gebrek aan technici en ingenieurs, de gebrekkige samenwerking van bedrijven en universiteiten en het gebrek aan regie door de Nederlandse overheid. 

De hoogste positie die Nederland in de concurrentie-index  haalde was plek 4, in het jaar 2000.

Beweeg de cursor over het diagram om de positie te zien. De gegevens zijn afkomstig van Erasmus UniversiteitBekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Duitsland en VS

De top 3 van vorig jaar, Zwitserland, Singapore en Finland hebben hun koppositie weten te handhaven door blijvende investeringen in innovatie en onderwijs. Ook werpt het Duitse innovatiebeleid volgens het rapport zijn vruchten af: Duitsland steeg van plaats 6 naar plaats 4.

Land Positie 2013 Positie 2012
Zwitserland 1 1
Singapore 2 2
Finland 3 3
Duitsland 4 6
Verenigde Staten 5 7
Zweden 6 4
Hong Kong 7 9
Nederland 8 5
Japan 9 10
Verenigd Koninkrijk 10 8

De Verenigde Staten zijn na jarenlange dalingen weer terug in de top 5 door een toenemend vertrouwen in publieke instituties, een flexibele arbeidsmarkt en investeringen in onderzoek en toponderwijs.

Reacties politiek

Dat Nederland niet meer in de top-5 van meest concurrerende economieën staat is ''een pijnlijke terugval''. Dat vindt D66-leider Alexander Pechtold. Tegelijkertijd verrast de daling hem niet.

Volgens SP-leider Emile Roemer zet dit kabinet Nederland op achterstand. ''Rutte II maakt consequent de verkeerde keuzes. Succesvolle landen investeren in innovatie en onderwijs. Dat wil de SP ook.'' En: ''Hoeveel tikken op de vingers heeft Rutte nog nodig voor hij zijn koers bijstelt?''

Geschrokken

Het CDA reageert geschrokken op de duikeling. Kamerleden Agnes Mulder en Eddy van Hijum willen van minister Henk Kamp van Economische Zaken weten wat hij eraan gaat doen om Nederland in de top-5 te laten terugkeren. Volgens hen wordt het topsectorenbeleid, ooit ingezet door CDA-minister Maxime Verhagen, door het huidige kabinet niet krachtig genoeg voortgezet.

Volgens VVD-Tweede Kamerlid Anne-Wil Lucas doet Nederland het op het gebied van de staatsschuld, gebrekkige kredietverlening en inflexibele arbeidsmarkt ''ronduit slecht''. Maar ''dit zijn zaken die niet uit de lucht komen vallen en nogmaals bevestigen dat het kabinet de goede weg is ingeslagen met het verbeteren van kredietverlening aan ondernemers, hervorming van de arbeidsmarkt en het op orde brengen van de overheidsfinanciën."

Lucas stelt dat alle zeilen bijgezet moeten worden om de daling te herstellen.

Academisch

De kritische Kamerleden krijgen bijval uit academische hoek. Professor Henk Volberda van de Erasmus Universiteit in Rotterdam stelt dat Nederland ''ondubbelzinnige focus'' moet leggen op ''excellent onderwijs en superieure innovatie''.

Hij vindt dat het kabinetsbeleid op economisch gebied ''faalt'', maar ook het bedrijfsleven investeert volgens hem te weinig in onderzoek en ontwikkeling.

Niet gelukkig

Minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) is niet gelukkig met de daling van Nederland op de ranglijst van meest concurrerende economieën ter wereld. "Nederland is liever nummer vijf dan nummer acht", laat Kamp weten in reactie op de woensdag verschenen ranglijst van het World Economic Forum.

Kamp spreekt tegen dat Nederland te weinig doet aan onderwijs en innovatie, zoals de opsteller van de lijst zegt. Hij wijst erop dat de investeringen in het onderwijs op peil blijven, ondanks de bezuinigingen.

"Het trainen en opleiden van technici is een van de grootste prioriteiten van dit kabinet", zegt Kamp. Verder wijst hij op het zogeheten topsectorenbeleid, waarmee innovatie in een aantal sectoren van het bedrijfsleven moet worden aangemoedigd.

'Natuurlijk slecht'

VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes noemt het jammer dat Nederland na een jaar weer uit de top vijf van meest concurrerende economieën is gevallen. "Vorig jaar kwamen we er onverwacht in terecht, nu vallen we een paar plekken terug; dat is natuurlijk slecht'', aldus Wientjes.

Hij noemt het begrijpelijk dat Duitsland en de VS Nederland weer zijn voorgegaan, omdat de economie daar veel veerkrachtiger blijkt en zich sneller herstelt. Wientjes prijst in dit verband het Duitse beleid om op het hoogtepunt van de crisis te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Het is vooral een gebrek aan regie dat Nederland opbreekt bij een vergelijking van de concurrentiekracht met andere landen. Dat ons land uit de top vijf van de ranglijst van meest concurrerende landen van het World Economic Forum (WEF) is geduikeld, is daar een beetje een bevestiging van, stelt hoogleraar economie Lex Hoogduin.

Waarde

Het is vooral een gebrek aan regie dat Nederland opbreekt bij een vergelijking van de concurrentiekracht met andere landen. Dat ons land uit de top vijf van de ranglijst van meest concurrerende landen van het World Economic Forum (WEF) is geduikeld, is daar een beetje een bevestiging van, stelt hoogleraar economie Lex Hoogduin.

Hoogduin zegt overigens "niet ontzettend veel waarde te hechten'' aan ranglijstjes als van het World Economic Forum. "De beweging is niet de goede kant op natuurlijk. Maar ik heb die lijstjes niet nodig om te bedenken dat Nederland zich moet vernieuwen.''

Het is niet langer houdbaar dat de overheid voor ieder probleem een oplossing moet vinden, vindt de hoogleraar. "Meer verantwoordelijk zou terug moeten naar de burgers zelf.'' Hij noemt het pensioenstelsel als voorbeeld waarvan ,,overspannen verwachtingen'' zijn. "We lopen achter bij wat mogelijk is.''

Woningmarkt

Ook bij de woningmarkt en de zorg "moeten we ons aanpassen aan veranderde omstandigheden''. "Zo zijn de AWBZ-uitgaven volledig gecollectiviseerd en vele malen hoger dan in de landen om ons heen'', stelt Hoogduin.

Het huidige Nederlandse bestuursmodel helpt volgens hem ook niet echt. "Het poldermodel is moeilijk, de verhouding tussen sociale partners en de politiek is lastig. Daarbij komt dat het politieke landschap gefragmentariseerd is. Veranderingen doorvoeren, bijvoorbeeld op de woningmarkt en bij de pensioenen, wordt dan verschrikkelijk lastig.'' Al deze zaken worden "niet heel voortvarend aangepakt'', concludeert de hoogleraar.